Mot

Mot ('dood'), kanaänitische godheid, bekend uit de mythologische teksten van Ugarit, waarin het conflict tussen Ba'al en Mot een belangrijke rol speelt (CTA 4-6). M. is de god van droogte en onvruchtbaarheid, die de vegetatie in de zomer doet ophouden en zich aankondigt in april via de sirocco, om in september (de aanvang van het herfst-nieuwjaar) weer het veld te ruimen. Dit natuurgebeuren wordt mythologisch geduid als een strijd tussen Ba'al en M., waarbij de eerste zich aanvankelijk gewonnen moet geven, in de onderwereld afdaalt en sterft; El en Anat rouwen over hem. Uiteindelijk echter herleeft Ba'al, een proces waarbij Anat en Sapsu een rol spelen, door M. te misleiden en tenslotte te verslaan. Beroemd is de scène waarin Anat M. behandelt als het graan (hakt, want, maait, verstrooit), waaruit men evenwel niet mag afleiden dat M. het stervende graan verbeeldde; Anats handelwijze is wellicht gemodelleerd op de rituele handelingen met de laatste schoof van de oogst, waarmee de weg voor nieuwe groei wordt vrijgemaakt.

Het is aannemelijk dat de mythisch beschreven gebeurtenissen correspondeerden met rituele, mimische handelingen in de cultus. In de soms in het OT voorkomende gepersonifieerde beschrijvingen van de dood leeft de herinnering aan M. voort.


Lit. W. Röllig/M. H. Pope (WMI, 300-302). J. C. de Moor, The Seasonal Pattern in the Ugaritic Myth of Ba'lu (Neukirchen-Vluyn 1971; AOAT 16). P. L. Watscn, The Death of 'Death' in the Ugaritic Texts (JAOS 92, 1972, 60-64). [Veenhof]


Lijst van Goden