De cornu is een rond gebogen bronzen hoorn,
die met een draagstang rustte op de schouder.
Hij heeft een los mondstuk met een buis, in
lengte variërend van ca. 13,5 tot 18,5 cm., dat
over het uiteinde van de hoorn werd geschoven.
Dergelijke mondstukken zijn ook in Nederland
in diverse plaatsen gevonden, o.a. bij Maurik
en Kesteren. Het geluid van de
cornu was rauw en dof en werd als bedreigend
ervaren. Enkele complete hoorns zijn bekend
uit Pompeii. Met deze instrumenten kunnen
11 tonen worden gespeeld wanneer zij in G
zijn gestemd. Net als de tuba is de cornu van
oorsprong Etruskisch.
Het classicum, een signaal geblazen door de hoornblazers, riep van oudsher bepaalde groepen Romeinen op om zich voor belangrijke bijeenkomsten te verzamelen. Later werd het classicum beschouwd als signaal van het imperium, van de keizerlijke macht. Het kondigde de aanwezigheid aan van de veldheer of de keizer. Het classicum kon worden geblazen als er op bevel van de veldheer een terechtstelling plaatsvond, als het kamp werd opgebroken, tijdens het strijdgewoel of als de terugtocht uit de strijd moest worden bekend gemaakt.
Terwijl de tuba signalen gaf voor de tactische
bewegingen van alle soldaten, was het geluid
van de cornu alleen bedoeld voor de soldaten
die bij een bepaald veldteken waren ondergebracht.
Daarom bevinden deze hoornblazers
zich steeds in de buurt van een veldteken.
Zo ook op de zuil van Traianus waar hoornblazers
deelnemen aan marsen en feestelijke
optochten van het leger (zie boven). Uit twee
inscripties blijkt dat er zowel bij de legioenen
als bij de hulptroepen hoornblazers (cornicines)
dienden. Ook bij de ruiterij werd de cornu
gebruikt. Op twee grafstenen voor ruiters (uit
Mainz en uit Gerulata/Pannonia) staan dergelijke
hoorns afgebeeld. Ook op een fragment van
een grafsteen uit Remagen is zeer
waarschijnlijk een cornu afgebeeld. De hoorn
had in de cavalerie mogelijk een andere functie,
misschien een ceremoniële.
Behalve in het leger deed de cornu ook dienst
in de burgerwereld, zoals te zien is op het
beroemde mozaïek van Nennig (bij Trier).
Daarop zijn spelen in het amfitheater afgebeeld
waarbij muziek wordt gemaakt door een
orgeltje en een cornu.