Vindicatio

Vindicatio, in het romeinse recht (proces tot) handhaving van eigendom. Een van zijn bezit beroofde eigenaar kon dit in een formeel proces van de actuele eigenaar terugvorderen. Daartoe moest de eiser (vindex) het betwiste object of een deel daarvan (bv. een kluit aarde) met een stokje (vindicta, festuca) aanraken en de daarbij vereiste formule uitspreken. Oudtijds maakten beide partijen formeel aanspraak op het bezitsrecht. Dit recht kon betrekking hebben op zaken (rei v.), personen (slaven) en in wijdere zm ook op servituten (bv. vruchtgebruik). De eiser in een rei v. moest de rechtmatige verwerving van de eigendom bewijzen, eventueel ook van de vorige eigenaar van wie hij hem verworven had. Bij een veroordeling van de wederpartij in een formeel proces zou deze het object moeten teruggeven, eventueel met zijn aanwas of waardevermeerdering. De eiser kon hem echter niet daartoe dwingen, maar moest zich dan met de waarde ervan tevreden stellen. Deze moest hij onder ede bepalen, wat de mogelijkheid bood door overwaardering teruggave af te dwingen. De malafide bezitter werd strenger behandeld. V. was ook een van de vormen voor de vrijlating van een slaaf (manumissio vindicta). Dit geschiedde in een schijnproces voor een magistraat cum imperio, meestal de praetor. De eiser, vaak een lictor, sprak de formule: hunc ego hominem liberum esse aio, en raakte daarbij het hoofd van de slaaf met een vindicta aan. Hierop antwoordde de dominus: hunc ego hominem liberum esse volo, waarop de praetor de vrijlatingswoorden sprak.


Lit. E. Cuq (C. Daremberg/E.Saglio, Dictionnaire des Antiquités grecques et romaines 5, 902-907). - G. Franciosi, Il processo di libertà in diritto romano (Napels 1961). M. Kaser, Das römische Zivilprozessrecht (München 1966). Id., Das römische Privatrecht f'(München 1971). [A. J. Janssen]


Register