Cato Maior

Marcus Porcius Cato Censorius of Cato maior (234-149), politicus en schrijver, een van de markantste Romeinen uit de 2e eeuw vC. Geboren te Tusculum uit een aanzienlijke boerenfamilie, was hij vanaf 214 krijgstribuun en onderscheidde zich in de slag bij de Metaurus (207). Vervolgens doorliep hij als homo novus een schitterende ambtelijke carrière: 203 quaestor, 199 aedilis plebis, 198 praetor (op Sicilië). 195 consul (succesvolle operaties in Spanje). Daarna bewees hij de staat belangrijke diensten in de oorlog (192-189) tegen Antiochus III van Syrië. In 184 was hij censor, samen met Lucius Valerius Flaccus, zijn patricische vriend, die ook zijn collega in het consulaat was geweest.

Aan zijn censuur heeft Cato zijn grootste roem en zijn bijnaam Censorius (oud-censor) te danken. Tijdens de stipte vervulling van dat ambt en in zijn gehele verdere leven verdedigde hij met drastische maatregelen de oud-romeinse virtus en de voorvaderlijke deugden van eerlijkheid, spaarzaamheid en arbeidzaamheid, stelde onbeschroomd de misbruiken van de adelsheerschappij aan de kaak en verzette zich fel tegen de griekse cultuur en levenswijze, die sinds de tweede punische oorlog, met name via de kring der Scipionen, in Rome ingang vonden (van de griekse artsen zou hij gezegd hebben: 'ze hebben gezworen ons en alle andere barbaren met hun geneesmiddelen te zullen uitroeien, en ze laten er zich nog voor betalen ook'). Als censor stiet Cato zeven leden uit de senaat en vele equites uit de ridderstand, hief hoge weeldebelastingen, verbeterde de hygiëne in de stad en liet de Basilica Porcia bouwen.

In de volgende decennia bleef Cato zijn eigenzinnige beginselen trouw en oefende als senator grote invloed op de romeinse binnenlandse en buitenlandse politiek uit (tengevolge van zijn fanatisme werd hij niet minder dan 44 maal aangeklaagd. maar steeds werd hij vrijgesproken!). In 178 beschuldigde hij Marcus Fulvius Nobilior, de censor van 179, van misbruik van zijn ambt; in 171 maakte hij deel uit van een commissie van onderzoek naar afpersingen in Spanje, in 167 pleitte hij voor handhaving van de onafhankelijkheid van het overwonnen Macedonië en tegen oorlog met Rhodus, in 155 wist hij de uitwijzing van een atheens gezantschap, bestaande uit de wijsgeren Carneades, Critolaus en Diogenes, te bewerken, in 151 bepleitte hij op sarcastische toon de terugzending van de sinds 167 in Rome verblijvende achaeïsche gijzelaars. Karakteristiek voor Cato's politieke denkbeelden is ook zijn angst voor Carthago: vooral sinds hij in 153 of 152 lid was geweest van een gezantschap dat moest bemiddelen tussen Carthago en Massinissa, hamerde hij zijn medesenatoren te pas en te onpas in dat Carthago vernietigd diende te worden (Ceterum censeo Carthaginem esse delendam). In 150 en 149 was C. het die tegen de voorstanders van vrede de oorlogsverklaring aan Carthago doordreef. Toen hij in de herfst van 149 op 85-jarige leeftijd stierf (vijf jaar tevoren was hij nog voor de tweede maal gehuwd), had hij nog juist de eerste successen van Scipio Africanus minor mogen beleven.
C. was tweemaal gehuwd; uit het eerste huwelijk. met Licinia, werd Cato Licinianus geboren, die o.a. als jurist werkzaam was. uit het tweede, met Salonia. C. Salonianus, de grootvader van Cato Uticensis.
Cato leerde niet, zoals vaak beweerd is, eerst op hoge leeftijd grieks. Als schrijver echter hanteerde hij, in tegenstelling met velen van zijn tijdgenoten, welbewust zijn moedertaal. Zo werd hij de grondlegger van het latijnse proza; aan de griekse literatuur ontleende hij veel wat, zonder de eigen volksaard te schaden, voor de Romeinen nuttig kon zijn. Slechts fragmenten bezitten we van:
1. Origines, de eerste in het latijn gestelde geschiedenis van Rome, in zeven boeken, vanaf de stichting (volgens C. in 751 vC) tot aan zijn eigen tijd: in dit werk vatte hij de geschiedenis op als res gesttre populi Romani en liet daarom de namen der veldheren onvermeld;
2. Libri ad Marcum filium, een aan zijn oudste zoon opgedragen 'encyclopedie voor algemene vorming';
3. Carmen de moribus, levenswijsheid in versvorm;
4. een tachtigtal Orationes; C. was de eerste Romein die zijn redevoeringen ook publiceerde.
Zo goed als volledig, zij het niet geheel in de originele vorm, is overgeleverd zijn tractaat De agri cultura, het oudste bewaard gebleven latijnse prozageschrift, een praktische handleiding voor in de stad wonende landheren. Het eerste, meer systematische deel behandelt de koop en de inrichting van een landgoed en de verdeling van de landarbeid over de jaargetijden, het tweede deel bevat o.a. modellen voor contracten, teeltvoorschriften, recepten, bezweringsformules en gebeden. Het werkje heeft geen enkele literaire pretentie of waarde, maar is typerend voor de nuchtere en praktische instelling van het milieu waartoe de auteur behoorde; taal en stijl zijn vooral uit historisch oogpunt interessant. De zgn. Dicta of Disticha Catonis dateren eerst uit de 3e of 4e eeuw nC en getuigen van de populariteit van de oude C. in later tijden.


Lit. Biografieën van Nepos en Plutarchus. Livius, boeken 34, 36, 38 en 39. Cicero, C. maior de senectute. - M. Gelzer (PRE 22, 108-145). F. Leo, Geschichte der römischen Literatur 1 (Berlin 1913) 265-300. - Uitgaven: beste moderne editie van De agri cultura: A. Mazzanno, M. Porcii Catonis De agri cultura liber, ad fidem Florentini codicis deperditi (Leipzig 1962). Met engelse vertaling: W. Hooper/H. Ash, C. and Varro, De agri cultura (Loeb Class. Libr., London 1934). Met duitse vertaling: P. Thielscher, Des M. C. Belehrung über die Landwirtschaft (1963). Fragmenten der redevoeringen bij H. Malcovati, Oratorum Romanorum Fragmenta I (Turijn 1930), van de Origines bij H. Peter, Historicorum Romanorum Reliquiae 1 (Leipzig 1914). J. Hörle, Catos Hausbücher (Paderborn 1929). R. Till, Die Sprache C.s (Philologus, Suppl.-Band 28, 2, Leipzig 1935). B. Janzer, Historische Untersuchungen zu den Redenfragmenten des M. Porcius C. (Wurzburg 1937). F. della Corte, Catone censore. La vita e la fortuna (Turijn 1949). A. Mazzarino, Introduzione al De agricultura di Catone (Rome 1952). D. Kienast, C. der Zensor. Seine Persönlichkeit und seine Zeit, mit einem Neuabdruck der Redefragmente (Heidelberg 1954). Uitgave met franse vertaling: R. Goujard, Caton. De l'Agriculture (Paris 1975). - A.E. Astin, C. the Censor (Oxford 1978).


Lijst van Namen