Balspelen
Spelen met een bal is iets van alle tijden. In de oudheid
werd er met zeer verschillende doeleinden gespeeld:
ontspanning,
bedrevenheid, therapie, gezondheid, wedstrijd.
De bal was van allerlei materialen gemaakt, zelfs van glas (vooral
bij jongleurs).

Ontspanning
bij meisjes: mozaïek uit Villa del Casale, Piazza Armerina, 4e eeu nC)
Homerus (Od. VIII, 374 evv.) zegt over een balspel bij
de Phaeacen:
Nadat het tweetal een prachtige bal ter hand had genomen,
purper van kleur, door de vaardige Polybos voor hen
vervaardigd,
wierp, achterovergebogen, de een hem omhoog naar de grijze,
schaduw werpende golven en ving hem, hoog opspringend,
de ander
makkelijk op, nog voor zijn voeten de grond bereikten.
(Vertaling de Roy van Zuydewijn)
Een andere vorm van balspel
was het volgende: Elke speler moest proberen
van een medespeler de bal af te pakken.
Er is ook een variatie
die op trefbal lijkt
waarbij 2 jongens in het midden staan en 2 meisjes
aan weerszijden. De meisjes proberen de bal zo naar elkaar te werpen
dat
hij niet gevangen kan worden door de jongens.
Balvaardigheid was ook een belangrijk thema zoals hiernaast is te zien op
een grafstele van een atleet (Gevonden in de muur van Themistocles 510 vC,
Nat.Mus. Athene).