Tot het speelgoed van de Grieken behoorde de Jojo, die uit twee vlakke
schijven bestaat, met elkaar verbonden door een kleine cilinder. Op deze
cilinder rolde men een draad. Het kind liet de Jojo los, maar niet
het uiteinde van de draad; de draad rolde van de Jojo af, maar met een
snok kon het kind ervoor zorgen dat de draad in tegengestelde op de
Jojo werd gewikkeld. Hiernaast is een jongen te zien die met een Jojo speelt.
(Attische cylix, 440 vC, Staatliche Museen Berlijn)