
Anatoth (hebreeuws 'ănātōt: [plaats van de godin]
Anath), woonplaats van de priesterlijke familie van
Abjathar, die na zijn afzetting door Salomo naar A.
verbannen was (1Kg2,26) en van de profeet Jeremia
(1,1; 11,21-23; 32,7-9). De naam is bewaard in
het tegenwoordige 'Anata, ten noordoosten van Jeruzalem;
de resten van het oude A. in Rās el-Charrūbe,
800 m ten zuidwesten van 'Anata.
[v. d. Born]