Asiut/Lycopolis

kaartAsiut, naast Siut, is de arabische weergave van koptisch siowt, egyptisch s3wt(y) (vermoedelijk 'de wachtpost'), in het assyrisch siyauti getranscribeerd. A. (380 km ten zuiden van Kairo) was de hoofdstad van de 13e opper-egyptische gouw en cultusplaats van de dodengod Upuaut, een soort wilde hond (canis lupaster), ten onrechte geïdentificeerd met een wolf: vandaar de griekse naam Λύκων πόλις en Λυκοπολίτης νομός. In een graf werden vele gemummificeerde honden en meer dan 600 stèles gevonden, die dateren uit de tijd tussen de 18e dynastie en de saïtische periode. Hier was ook een graf van Osiris. A. speelde een voorname rol tijdens de 9e en 10e dynastie, toen zijn gouwvorsten het gebied der Heracleopolieten tegen de Thebanen verdedigden.

De graven van deze nomarchen (Tefy-ib; Cheti (of Achthoës) I en II) en van een opvolger van hen uit het Middel-Rijk, Hapi-Djefa, werden aangelegd in de rotsen die de stad ten westen beheersen. Hun inscripties behoren tot de schaarse bronnen uit deze duistere periode (Breasted, Ancient Records of Egypt. Historical Documents § 391-414 en 535-593). Lycopolis was de geboortestad van Plotinus. Op de Peutinger kaart (foto rechts: midden rechts) wordt Lycopolis Tyconpolis genoemd.


Lit. Porter/Moss 4, 259. [Vergote]


Kaart