![]() Zuil bij het einde v.d.Via Appia |
Brundisium (Βρεντέσιον), voornaamste havenstad aan
de oostkust van Zuid-Italië, gelegen ca. 65 km ten
oosten van Tarente; thans Brindisi. De
oorspronkelijk messapische nederzetting,
in 266 vC door de Romeinen veroverd, werd in 246
vC een latijnse kolonie,
in 89 vC een municipium.
Nog in de 3e eeuw vC werd de Via Appia tot B.
doorgetrokken, dat sinds 229 vC (illyrische oorlog)
de normale oorlogs- en vredeshaven was voor
de verbindingen van Rome met Griekenland en het
Oosten. De stad speelde uiteraard een grote rol
tijdens de burgeroorlogen: in 49 trachtte
Caesar
Pompeius
de vlucht uit Italië te beletten door B. te
bezetten; in de herfst van 40 werd er het verdrag
van B. gesloten tussen Octavianus
en Antonius. In
19 vC stierf te B. de dichter Vergilius
op de terugreis uit Athene.
In de keizertijd werd de stad verfraaid met vele
grote gebouwen; hiervan is echter zo goed als niets
meer over. Aan het eind van de Via Appia verrezen
in de 2e eeuw nC twee 19 m hoge zuilen, waarvan
er nog een overeind staat. De opgegraven beelden
en sculptuurresten bevinden zich in het stedelijk museum.
De haven van B. staat afgebeeld op de zuil
van Traianus te Rome.
De munten van de stad vertonen
op de voorzijde Neptunus en een kleine Victoria,
op de achterzijde een dolfijn met een lierspeler
op zijn rug.Lit. C. Hülsen (PRE 3, 902-906). L. Rocchetti (EAA 2, 173v). - P. Camassa, La Romanità di Brindisi (Brindisi 1934). [Nuchelmans]