Anyte (Ἀνύτη) van Tegea, arcadische dichteres uit
het begin van de 3e eeuw vC, van wie 21 epigrammen
bewaard zijn gebleven, 20 in de Anthologia
Palatina en een in Pollux' Onomasticon (5,48).
Twaalf daarvan zijn elegante grafschriften voor lievelingsdieren,
een genre dat A. als eerste beoefend
schijnt te hebben; de rest is bucolische natuurlyriek
in de zuivere stijl die kenmerkend is voor de peloponnesische
epigrammatisten. In de 1e eeuw vC
stond de poëzie van A. zo hoog in aanzien dat
Antipater van Thessalonica haar de vrouwelijke
Homerus noemde.
Lit. G. Luck, Die Dichterinnen der griechischen Anthologie
(Museum Helveticum 11, 1954, 170-187). [Nuchelmans]