Callisthenes (Καλλισθένης) van
Olynthus (ca. 370-327),
griekse geschiedschrijver, achterneef van de
wijsgeer Aristoteles,
wiens leerling hij was en die hij
vergezelde naar Assus (347) en naar Macedonië
(342). Samen met zijn leermeester stelde hij een lijst
van de winnaars der
pythische spelen op. De werken
van C., die op fragmenten na verloren zijn gegaan,
omvatten o.a. Ἑλληνικά (Griekse geschiedenis) in
tien boeken, die de periode van 387 tot 357 behandelden
en een voortzetting vonden in een geschrift
over de z.g. heilige oorlog (356-346), en Πράξεις Ἀλεξάνδρου (Alexanders daden). Dit laatste werk,
dat hij als hofhistoriograaf schreef tijdens de grote
expeditie van Alexander
naar het oosten, had een
sterk panegyrische inslag, was pro-macedonisch van
strekking en bevatte veel fantastische elementen.
Daardoor kon het gebeuren dat de ten onrechte
aan C. toegeschreven Alexanderroman op zijn
naam terecht kwam. Toen Alexander in 327 van zijn
hovelingen de προσκύνησις eiste, oefende C. daarop
kritiek en werd terechtgesteld of overleed in de
kerker.
Lit. Uitgave der fragmenten F. Jacoby, Die Fragmente der
griechischen Historiker II B (Berlin 1927 = Leiden 1962)
nr. 124. - F. Jacoby (PRE 10, 1674-1707). [Nuchelmans]