Leonidas (Λεωνίδας) van Tarente,
begaafde griekse
epigrammendichter
uit de eerste helft van de 3e eeuw vC, van
wie in de Anthologia Palatina 101 en daarbuiten
nog 2 puntdichten bewaard zijn gebleven, merendeels
echte of artificiële dedicaties en grafschriften.
L. leidde een zwervend leven en stierf ver van zijn
vaderstad. Vele van zijn gedichtjes zijn gewijd aan
het leven der armen, tot wie hij ook zichzelf rekende.
In fel contrast daarmee worden zijn taal en stijl gekenmerkt
door zeldzame en hoogdravende woorden,
neologismen, barokke klankfiguren en gekunstelde
wendingen. In plaats van de lezer door dit merkwaardige
procédé te irriteren, weet L. hem voortdurend
te boeien en te verrassen.
Door alle latere epigrammendichters werd L. zeer
bewonderd.
Lit. Uitgaven met commentaar: J. Geffcken, L. von Tarent
(Jahrbücher für classische Philologie, Suppl. 23, 1896, 1164).
A. S. Gow/D. L. Page, The Greek Anthology. Hellenistic
Epigrams (Cambridge 1965) 1, 107-139; 2, 307-398.
Met engelse vertaling: E. R. Bevan, The Poems of L. of
Tarentum (Oxford 1931). - J. Geffcken (PRE 12, 2021-2031).