Ode

In het grieks was het woord ᾠδή ('zang, gezang'), dat via het latijnse ode of oda in de meeste europese talen is doorgedrongen, de algemene benaming voor een gedicht dat bestemd was om te worden gezongen, hetzij door één zanger hetzij door een koor (Lyriek). In het latijn werd het woord pas door late grammatici (3e en 4e eeuw nC) gebruikt, en wel gewoonlijk ter aanduiding van die gedichten van Horatius die hij zelf carmina noemt. De renaissance nam dit gebruik over en strekte de term uit tot de epinicia van Pindarus. Vervolgens werd de naam ook gegeven aan gedichten in het latijn of de nationale talen die wat vorm en inhoud betreft door de om van Horatius of Pindarus geïnspireerd waren. Tenslotte ontstond uit deze engere betekenissen een ruimere, die onder o. verstaat elk lyrisch dichtwerk over een verheven onderwerp van niet-godsdienstige aard (dit laatste in tegenstelling tot de hymne) waarin de dichter op plechtige wijze uiting geeft aan zijn diepste gevoelens en grote bewogenheid. [Nuchelmans]


Lijst van Auteurs