Philodamus (Φιλόδαμος) van Scarphea in Oost-Locris,
auteur van een paean op Dionysus, die in
1894 grotendeels teruggevonden is op resten van een
inscriptie te Delphi en die in 335 of 325 vC gedateerd
moet worden. Dit processielied, waarin
choriambische
dimeters en glyconei domineren, bestaat
uit twaalf strofen. De eerste vijf schilderen de geboorte
van Dionysus in Thebe en zijn tocht via de
Parnassus, Eleusis en Thessalië naar Pieria; daar
wordt hij toegezongen door de Muzen onder leiding
van Apollo, die vervolgens in de strofen 6-11 aanwijzingen
geeft voor de inrichting van de Dionysuscultus
in Delphi samen met zijn eigen eredienst; in
de slotstrofe worden de toehoorders aangespoord om
Dionysus in geheel Griekenland te vereren. De
paean van P. is een belangrijk getuigenis betreffende
de vermenging van de Apollo- en de Dionysuscultus
in Delphi.
Lit. Uitgaven: E. Diehl, Anthologia Lyrica Graeca 62 (Leipzig
1942) 119-127. J. U. Powell, Collectanea Alexandrina (Oxford
1925) 165-171. - W. Vollgraff, Le péan delphique à
Dionysos (Bulletin de Correspondance Hellénique 48, 1924,
97-208; 49, 1925, 104-142; 50, 1926, 263-304; 51, 1927, 423-468).
R. Vallois, Les strophes mutilés du péan de Philodamos
(ib. 55, 1931, 241-364). [Nuchelmans]