Dionysius (Διονύσιος):
(1) Dionysius Periegetes,
griekse dichter, die in de eerste
helft van de 2e eeuw nC in Alexandrië woonde. We
bezitten van hem een Περιήγησις τῆς οἰκουμένης
(Beschrijving van de bewoonde wereld), een leerdicht
in 1187 elegante hexameters. Dit werkje had
als schoolboek grote invloed; het werd door
Avienus
en Priscianus
in het latijn vertaald, Eustathius
voorzag het van een uitvoerig commentaar.
Lit. Uitgave: C. Müller, Geographi Graeci Minores 2 (Paris
1861) 102-176. - G. Knaack (PRE 5, 915-924). - U. Bernays,
Studien zu D. Periegetes (Diss. Heidelberg 1905).
(2) Aelius Dionysius van Halicarnassus,
griekse lexicograaf
uit de eerste helft van de 2e eeuw nC, auteur van een
lexicon waarin attische uitdrukkingen in alfabetische
volgorde werden verklaard. Het werk, dat zijn materiaal
putte uit de lexica van
Didymus Chalcenterus
en Pamphilus, was op zijn beurt een bron
voor talrijke latere lexicografen. Een korte beschrijving
geeft Photius (Bibliotheca, Codex 152).
Lit. Fragmenten bij E. Schwabe, Aelii Dionysii et Pausaniae
atücistarum fragmenta (Leipzig 1890) en H. Erbse, Untersuchungen
zu den attizistischen Lexika (Abt. der Deutschen
Akad. Wiss. Berlin, 1949). - L. Cohn (PRE 5, 986-991).
(3) Dionysius van Byzantium
(2e eeuw nC?), griekse auteur
van een Ἀνάπλους Βοσπόρου
(Vaart door de Bosporus),
een beschrijving van 150 nederzettingen
langs de europese en aziatische kust van de thracische
Bosporus.
Lit. Uitgaven: C. Müller, Geographi Graeci Minores 2 (Paris
1861) 1-101. C. Wescher, Dionysii Byzantii de Bospori navigatione
(Paris 1874). R. Güngerich, D. Byzantinus, Anaplus
Bospori² (Berlin 1958).
[Nuchelmans]