Nero's droomstad


Experts buitelen over elkaar bij interpretatie van Romeins fresco

(Uit de NRC 18 april 1998, door Charles Coster)

Stelt het onlangs onder het badgebouw van Traianus in Rome gevonden fresco een bestaande of een ideale stad voor? De klassiek archeoloog L.B. van der Meer ontwierp een eigenzinnige hypothese: Het is Rome zoals keizer Nero die stad graag zag: Neropolis.

Het tafereel doet denken aan de scène uit Fellini's Roma waarin werklieden, diep onder de grond bezig met de metrobouw, op een stralende muurschildering stuiten. Anderhalve maand geleden knapte de archeologe Elisabetta Carnabuci in de Oppiusheuvel, enkele minuten lopen van het Colosseum, een weinig opwindend karwei op. Terwijl ze onder de thermen van keizer Trajanus een donkere gang ontdeed van aarde en puin, werd ze opgeschrikt door een dreunende plof - een laag aarde had zich met geweld van een muur losgescheurd. Toen ze haar bril had rechtgezet, Kreeg ze de schok van haar leven. Boven haar hoofd doemde een reusachtig fresco op. En waar Fellini's schildering vervaagde en in een paar tellen in het niets verdween, won deze afbeelding tussen het neerdalende stof aan helderheid. Versteend nam Elisabetta haar vondst in zich op: Stad, vogelvluchtperspectief, overheersende kleuren: wit, rood, goudgeel. Muren met torens. Overdekte brug, blauwe rivier. Theater, tempel, plein met colonnade, akropolis met tempels. Topografie van een antieke stad.

Kort daarop brak in klassiek-archeologische kring een verwarrende discussie los, die zich spoedig tot buiten Italië uitbreidde en nog lang niet is uitgewoed. In strijd met de wetenschappelijke eis van rustige reflexie, zich niet bekommerend om het hoongelach in geval val van een later ongelijk, stortten topspecialisten in de media hun hart uit.

Over de vindplaats heerste redelijke zekerheid: de frescomuur behoorde tot het domein van de Domus Aurea (Gouden Huis), een geweldig paleis-complex dat de kunstminnende keizer Nero na de brand van Rome in 64 na Chr. liet bouwen. Veertig jaar later ging de Domus Aurea zelf in vlammen op - keizer Trajanus liet daarna het paleis gedeeltelijk met de grond gelijk maken en legde er zijn baden schuin overheen zodat een datering van het fresco tussen 64 en 104 voor de hand lag. Maar welke stad was het?

Professor Filippo Coarelli, groot kenner van de Romeinse oudheid, liet weten het op Rome te houden. Hij meende de tempel van Apollo op de Palatijnse heuvel, het theater van Pompeius en een brug over de Tiber te kunnen determineren.

Enige collega's van Coarelli kozen eveneens voor Rome, maar ontwaarden een àndere Apollotempel of wisselden het theater van Pompeius met dat van Marcellus. Als het om een kaart van Rome ging, zou het de topografische kennis aanzienlijk verrijken.

De enige betrouwbare antieke plattegrond van het oude Rome is de Forma Urbis Romae, een 13 bij 18 meter metende kaart van 151 marmeren platen, schaal 1 op 246, daterend uit de tijd van keizer Septimius Severus, begin derde eeuw. In de zestiende eeuw zijn er fragmenten van teruggevonden. Maar wàs het Rome?

Nee, volgens professor Andrew Wallace-Hadrill, directeur van de British School in Rome, al was het maar omdat het theater - of het nu dat van Pompeius of van Marcellus was - buiten de oude Serviaanse stadsmuur ligt terwijl het op het fresco binnen de muren staat afgebeeld. Nee, zei ook opgravingsleider Eugenio La Rocca in een interview met het blad Archeo, want op het moment dat de schildering werd vervaardigd, waren de Serviaanse muren al afgebroken.

Was het dan, ervan uitgaand dat de plukjes groenblauw op de voorgrond de zee verbeeldden, misschien Ostia, de haven van Rome? Of Napels? De Siciliaanse havenstad Syracuse wellicht? En waarom niet Alexandrië? Geenszins, zei onder anderen professor Antonio Giuliano. Het fresco geeft een idee van een stad weer, vergelijkbaar met schilderingen van havens, steden en landschappen in huizen en villa's in Pompeii, Herculaneum en Stabiae. En hoewel volgens de meeste experts over de stijl van de door vocht aangetaste schildering weinig viel te zeggen, meende Giuliano er toch de hand van Famulus in te herkennen, de schilder van de Domus Aurea, die volgens Plinius bekend stond om zijn warme kleurgebruik en fraaie lichtschakeringen.

En hoe stond het met de oriëntatie?

Bood het fresco wel een vogelperspectief uit het zuiden? Vloog de vogel niet ten noorden van de stad, zodat de rivier die nu linksboven is afgebeeld, eigenlijk rechtsonder thuishoort? Toen de archeologische leek het spoor geheel was kwijtgeraakt, daalde de kunstcriticus Federico Zeri, nooit om commentaar verlegen, met een televisieploeg af in de buik van Rome om zijn hypothese te ontvouwen. In situ ondervraagd, zei hij: "De loop van de rivier, die rijkdom aan fortificaties. Weet u aan welke stad dit mij doet denken? Londinium. Die versterkte muren, dat moeten de muren van Londen zijn. Nero heeft geen steden gebouwd, meer voor de hand ligt (zijn voorganger) Claudius, die in Londen den een militair garnizoen vestigde."

Waarna opgravingsleider La Rocca zich afvroeg wat zijn geachte collega dan dacht van die acropolis, die op het fresco zo'n imponerende plaats inneemt - 'Londen heeft nooit een akropolis gehad' - en Michael Fulford van Reading University fijntjes opmerkte dat Londen pas anderhalve eeuw na Claudius door muren werd omringd.

fresco

Het onder de thermen van keizer Trajanus gevonden fresco (3.60 x 2.75 m); met daarboven een verduidelijkende illustratie van de tekenaar Erick van Driel. Op de achtergrond een geelwitte stadsmuur met ronde wachttorens. In de zijmuur linksboven een brug met overdekte passage. Eronder een blauwe rivier. Vóór de linkermuur mogelijk een kanaal, dat keizer Nero had willen aanleggen. Binnen de stadsmuren staat links een theater met de façade schuin naar de kijker toegekeerd. Links; daarvan een tempel met op het dak een afbeelding van Apollo met lier. Vóór het theater een beeld, waarschijnlijk eveneens Apollo met lier. Schuin daaronder een ronde tempel, volgens Van der Meer misschien de Vestatempel die, zo blijkt uit munten, na de brand van Rome door Nero is hersteld. In het midden rijen roodachtige huizen. Rechts een groot ommuurd plein met zuilenrij, dat Nero's thermen of een worstelschool zou kunnen verbeelden. Rechts daarvan een rechthoekig waterbassin. Uiterst rechts de akropolis met belijning van enkele tempels.

Het fresco, dat momenteel wordt schoongemaakt maar waarvan de onderzijde nog niet is uitgegraven, zal aanstaande dinsdag - 21 april, de verjaardag van Rome - voor kleine groepen belangstellenden worden opengesteld. Er bestaan plannen de schildering in het Jubileumjaar 2000 ten toon te stellen. Waarschijnlijk ter plaatse. Losmaken van het fresco, dat 4 stuclagen telt, brengt het risico van afbrokkeling met zich mee.

In die chaotische sfeer - in de krant Il Messaggero werden een paar dagen geleden nog vrolijk Verona en Lyon geopperd - is er weinig gehoor voor de stem van de redelijkheid, die zegt dat het fresco een fragment van een veel grotere compositie zou kunnen zijn en dat pas na schoonmaak en verdere opgravingen een afgewogen oordeel mogelijk is.

VERGROOTGLAS

In de stoet van internationale deskundigen heeft zich nu ook de Nederlandse klassiek archeoloog Bouke van der Meer gevoegd. Dat hij het fresco nog niet ter plaatse heeft gezien, acht hij geen bezwaar. De afgelopen weken heeft Van der Meer de relevante passages in Tacitus, Suetonius, Plinius en andere oude schrijvers er nog eens nauwkeurig op nagelezen en de van Internet geplukte detailfoto's urenlang met een vergrootglas afgetuurd. Zijn inval hield stand. In zijn met boeken gestoffeerde werkkamer in het Reuvensgebouw van de Leidse universiteit liggen loep en een scherpe kleurenfoto van de vage schildering dering al gereed. "Een brain wave" ,zegt hij. "Toen ik de configuratie bekeek, zag ik in een flits een parallel met het fresco waarop in vogelperspectief is weergegeven hoe inwoners van Pompeii en van Nocera elkaar te lijf gaan in het Pompeiaanse amphitheater. Op die schildering is de worstelschool rechts naast het amphitheater geplaatst, terwijl zij er in werkelijkheid vóór staat. Verder is de stadsmuur gebogen in plaats van geknikt afgebeeld. De schilder heeft kortom een loopje genomen met de topografie. Ik ben er vrijwel zeker van dat de kunstenaar van het fresco co onder de thermen van Trajanus zich eenzelfde artistieke vrijheid heeft gepermitteerd."

Welke stad is het?

"Rome."

Dat vereist nadere uitleg. Van der Meer: "Het fresco toont een compilatie van elementen die karakteristiek zijn voor het Rome van Nero. De schilder heeft, al of nief van de keizer zelf, opdracht gekregen die stad zo te vangen, dat de schildering voor de tijdgenoot in één blik herkenbaar was. De compositie vertoont daardoor elementen van werkelijkheid en van wishful thinking. Mijn interpretatie luidt dat de schildering een ideologisch karakter heeft, zij toont gebouwen waarvoor Nero grote belangstelling had. Enkele daarvan bevonden zich buiten de stadsmuur, maar ze zijn hier met opzet binnen de muren weergegeven."

Vergelijkbaar dus met de Italiaanse capriccio-schilders die het Pantheon, het Colosseum en de Vestatempel van Tivoli naast elkaar op het paneel zetten?

"Precies. In de Romeinse kunst komt dat vaker voor. Een reliëf uit het graf van de Haterii uit het vierde kwart van de eerste eeuw na Chr. laat een rij gebouwen zien die in Rome ver uiteenliggen maar om ideële redenen zijn gecombineerd. Antieke auteurs geven soms zelf bewust onjuiste beschrijvingen van Rome. Plinius vermeldt dat de hele stad werd omgeven door Nero's Gouden Huis, in werkelijkheid ligt dit paleis binnen de oude stadsmuren."

En andere gekandideerde steden?

"Napels komt niet in aanmerking omdat er geen rivier direct naast de stad stroomt. Ostia, Syracuse en Alexandrië vallen af, omdat zij niet beschikken over alle karakteristieke elementen die op het fresco te zien zijn: rivier, brug, tempel, een beeld van Apollo en theater. Hetzelfde geldt voor Verona en Lyon."

Heeft het vogelvluchtperspectief hier een speciale functie?

"Jazeker. De Romeinse kunst kent een lange traditie van voorstellingen in vogelvluchtperspectief. Vanaf de tweede eeuw v .Chr. werden in triomftochten in Rome beschilderde panelen meegedragen met de weergave van militaire successen, naar alle waarschijnlijkheid waren dat cartografische schilderingen. Het Nijl-mozaïek in Palestrina en de Tabulae Iliacae, marmeren tabletten met de Inname van Troje, getuigen van dezelfde traditie. De makers van die triomfschilderingen maakten een keus, zij gaven op perspectivische kaarten de meest markante plaatsen en gebeurtenissen weer. Zulke geselecteerde scènes van bovenaf zijn ook zichtbaar in de reliëfs van de zuil van Trajanus en op de boog van Septimius Severus, en je komt ze ook tegen op de Peutinger Kaart, die een kopie is van een kaart uit de tijd van keizer Augustus. Verder zijn er nog Middeleeuwse perspectivische tekeningen van Rome die op antieke voorbeelden teruggaan. Die tekeningen vertonen soms een grote artistieke vrijheid, op één ervan stroomt de Tiber dwars door het hart van Rome en raakt de muren van het Colosseum!"

Wat zijn de belangrijkste monumenten op het fresco?

"De tempel van Apollo en het theater van Pompeius. Ze zijn bewust naast elkaar weergegeven, omdat Nero volgens de bronnen op beide plaatsen zijn 'hemelse stem' liet horen."

Waarom Apollo?

"Nero was een muzisch mens. Hij nam les bij de beroemde lierspeler Terpnus en trad op als- zanger en lierspeler. Op zijn munten liet hij Apollo met lier afbeelden. Toen hij na zijn artistieke optreden in Griekenland terugkeerde in Rome, was zijn eindbestemming de tempel van Apollo op de Palatijn. Dankzij Plinius weten we dat die tempel een beeld van Apollo met lier bevatte. En dáár, kijk eens goed." Onder de loep verschijnt op het tempeldak een schimmige figuur met een u-vormig voorwerp onder de linkerarm. Van der Meer: "Dat is 'm: een beeld van Apollo Citharoedus (lierspeler). Nee, hierover bestaat geen twijfel. En vóór het theater lijkt een fier op een zuil te staan, een. herhaling van het motief."

En waarom het theater van Pompeius?

"Rome telde in Nero's tijd drie theaters, die op het Marsveld, ten noorden van de oude stadsmuur lagen: het theater van Marcellus, van Balbus en van Pompeius. Als we nu uitgaan van een oriëntatie op het noorden - dat is logisch, de Peutinger kaart doet dat ook - dan komt alleen het theater van Pompeius in aanmerking, omdat de façade naar ons staat toegekeerd. De andere twee theaters zouden met de ronde kant naar de toeschouwer moeten staan, en daar komt bij dat ze nooit met Nero in verband zijn gebracht en ook geen plein hebben. Nero hechtte zeer aan het theater van Pompeius, hij bezocht zocht het vaak. Hij was er gastheer van de Armeense koning Tiridates voor wie hij het één dag met goud bekleedde, en ook ontving hij er twee Friese koningen die tot hilariteit van het publiek gingen zitten in de loge van de senatoren. Niet lang voor zijn dood droomde hij dat hij door beelden van onderworpen volkeren ren bij het theater van Pompeius werd omringd en tegengehouden."

Hebt u een theorie over het grote ommuurde plein met colonnade?

"Er zijn twee mogelijkheden. De eerste: het zijn Nero's thermen. Het is bekend dat Nero op het Marsveld thermen en een gymnasium, een gebouw met binnenplaats voor lichamelijke oefeningen, liet bouwen. Daar organiseerde hij Neronia, muzikale, gymnastische en hippische spelen. Het is aannemelijk dat het complex of een deel daarvan van een waterbassin voorzien is geweest. weest. Dat blauwgroene water rechts van het plein zou dan zeer wel het bassin sin kunnen zijn. Professor La Rocca heeft kortgeleden een van de beelden van het plein als de zeegod Neptunus geïdentificeerd. Daar was ik wel tevreden mee, het bevestigt mijn grondgedachte. De andere mogelijkheid is een worstelschool met piscina (zwembad), een combinatie die vaak in badgebouwen voorkomt."

Kunt u die overdekte, Ponte Vecchio-achtige brug duiden?

"Nee, niet met zekerheid. Misschien is het de Milvische brug ten noorden van Rome, waar Nero, zoals Tacitus schrijft, vaak kwam om er zijn lusten ongedwongen de vrije loop te laten. Uit de huidige resten van de brug blijkt overigens niets van een overdekking. Ook de naar Nero genoemde brug of een brug naar het Tiber-eiland komt in aanmerking."

Wat zijn die rode vlakken in het midden van het fresco?

"Huizen. Vóór de brand van 64 bestonden de stadswijken uit chaotisch gebouwde huizen met nauwe, kronkelende straatjes. Maar als je goed kijkt, zie je dat het rechte huizenrijen zijn, met daartussen brede straten. Uit Tacitus en Suetonius is bekend dat Nero, om een nieuwe brand te voorkomen, insulae lae, (portico's voor appartementen) en domus (herenhuizen) liet bouwen. De term insulae verraadt dat het om rechthoekige stadswijken gaat."

Dat zou betekenen dat het fresco tussen 64 en 68 is vervaardigd. Na de dood van de gehate keizer, wiens nagedachtenis officieel werd verdoemd, zal een Neroniaans tableau wel uit den boze zijn geweest.

"Die conclusie is juist."

Nero staat vooral bekend als een gemankeerde kunstenaar, die zich na vijf 'goede' jaren ontpopte tot een paranoïde moordenaar. Was hij wel geïnteresseerd in de aanblik van Rome?

"Nero komt er bij Tacitus en Suetonius wel erg slecht af. Hij had ook goede kanten. Over stadsplanning en watermanagement had hij uitgesproken ideeën. Suetonius schrijft dat Nero de stadsmuren tot aan Ostia wilde doortrekken en vandaar de zee via een kanaal naar Rome wilde brengen. Neem de loep. Zie je vóór de linkerstadsmuur dat lage rode muurtje met kantelen? Tussen de stadsmuur en dat rode muurtje zit een strook groen blauw water. Dat zou best eens de weergave van dat kanaal kunnen zijn.

Als we nu Nero's bouwlust in verband brengen met de afgebeelde componenten, is het zeer aannemelijk dat het fresco een bouwpolitieke achtergrond heeft. Het combineert de realiteit met Nero's plan voor een face lift van de oude stad. Wat schreef Tacitus over Nero's bedoelingen na de brand van 64: De keizer 'scheen roem te willen' verwerven met de stichting van een nieuwe stad die naar hem genoemd moest worden'. Suetonius zegt het even duidelijk: Nero 'had zelfs het voornemen Rome Neropolis te noemen'."

Opgravingsleider La Rocca heeft gezegd dat het Rome niet kan zijn, omdat de Serviaanse muren er in de eerste eeuw na Chr. niet meer stonden. "Ha, dat ziet Tacitus wel even anders! Ik zeg niet dat ik gelijk heb, maar mijn theorie zit logisch in elkaar. Nog niemand is op het idee gekomen. Het wetenschappelijk bedrijf is een dialectisch proces, dus laat de kritiek maar losbarsten."

Dr. L.B. van der Meer, die een parallel ziet tussen het in Rome gevonden fresco en de schildering van rellen in het amphitheater van Pompeji (onder). Beide schilderingen vertonen een bewust onjuiste topografie.

De Domus Aurea was een kostbaar ingerichte paleisvilla, inclusief parken, bossen en een kunstmatig meer, die keizer Nero (54-68) liet bouwen op het door de brand van Rome (64) vrijgekomen terrein tussen de Palatijn en de Oppiusheuvel. In de voorhof verrees een 4o meter hoog beeld van de grillige keizer zelf. Twee Nederlandse klassiek archeologen, P. Meyboom en E. Moormann, hebben jarenlang onderzoek gedaan naar de decoraties in de Domus Aurea. Bij de interpretatie van het fresco zijn beiden zeer voorzichtig. Meyboom: "Er zijn geen parallellen, de vondstsituatie is onduidelijk en de datering van het muurwerk is onzeker. Denkbaar is dat de schildering onderdeel is geweest van een fries of een groot paneel. Vitruvius schreef al voor lange wandelgangen te versieren met een verscheidenheid aan landschappen, met baaien, steden enzovoorts. Maar de informatie is nog veel te schamel om er een topografisch oordeel over te geven. " En Moormann: "Het fresco ziet er wel eerste-eeuws uit. De stad zou een onderdeel kunnen zijn van een reusachtig landschap. Te denken is aan een mythologisch thema zoals is te zien in de Val van Icarus in het Huis van de priester Amandus in Pompeii. Mogelijk heeft het fresco zich in een open ruimte bevonden, als decoratie van een achterwand van een tuin of in een peristylium. "



Lijst van Artikelen