Lelystad
"Wij Hollanders mogen dan wel
denken dat wij de scheepsbouw
hebben uitgevonden, de Romeinen zijn de echte grondleggers.
Overeenkomsten tussen oude Hollandse schepen en Romeinse
schepen wijzen er mogelijk op dat
bouwwijzen zijn overgenomen. De
praam die in Giethoorn vaart
heeft ongeveer dezelfde vorm als
het schip dat in Leidsche Rijn is gevonden."
Frank Dallmeijer is modelbouwer bij het Nederlands Instituut voor Scheeps- en onderwater Archeologie in Lelystad. Dit instituut is verantwoordelijk voor de opgraving en restauratie van het Romeinse schip. "Vroeger was het bouwen van een houten schaalmodel het toefje op de opgraving, meer een aardigheidje voor het publiek. Nu is het schaalmodel een integraal deel van het wetenschappelijk onderzoek. Doel van het model is om de juiste vorm van het schip vast te stellen. Daarnaast kom je door het bouwen van zo'n model te weten hoe de Romeinen het schip hebben gebouwd. "
Dallmeijer is dan ook bijzonder ge- spitst op de constructiedetails. "Dat is ook een van de redenen dat ik bij de opgraving ben komen helpen. Ik maak van al die details foto's." Doordat het schip 2000 jaar scheef onder een drie meter dikke laag klei heeft gelegen, is de vorm veranderd.
"Zelfs de dikste balken hebben een andere vorm gekregen. Het hout is volgezogen met water en helemaal week geworden. Je prikt er met een vinger zo doorheen. Net pap. " Gedurende de opgraving werden de archeologen steeds enthousiaster. Het schip bleek veel completer en veel beter bewaard, dan ze hadden durven hopen. "Dit is de belangrijkste scheepsvondst ten noorden van de Alpen. Andere Romeinse schepen die in Zwammerdam en Woerden zijn gevonden, waren door de Romeinen bewust afgezonken en als dijkversteviging gebruikt. Voordat ze werden afgezonken werden ze eerst gedeeltelijk gesloopt. Het schip in De Meern is helemaal compleet. Ook is het de eerste keer dat we een roef, een huisje voor de schipper, op een Romeins schip hebben gevonden."
Onderzoek moet ondermeer uitwijzen of het schip in de buurt van De Meern is gebouwd of op een werkplaats stroomopwaarts in het huidige Duitsland. "Dat kunnen we zien aan de manier van het afdichten van de naden en aan de verdeling van de spanten. Die technieken vergelijken we met andere gevonden schepen."
Dallmeijer, die zelf elf jaar heeft gevaren als kapitein op een zeegaand charterschip, verwacht dat in het bouwen van het model zo'n 1000 arbeidsuren gaan zitten. Allereerst wordt elk onderdeel - elk plankje, elk spijkergaatje, elk krasje - precies opgemeten en getekend. Al die details worden 3-dimensionaal in een computerbestand opgeslagen.
Vervolgens wordt van elk plankje een schaalmodel gemaakt en hiermee wordt het schaalmodel opgebouwd. Dallmeijer gebruikt dezelfde materialen als in het origineel: eikenhout voor de romp en grenen voor de betimmering.
Modelbouwer Frank Dallmeijer
van het NISA aan de slag met een
scheepsmodel.
(Foto UN/AC-Marc van der Kort)

Niet alleen het schip, ook de bodem wordt onderzocht. Zo proberen
archeologen een recosntructie te maken van het rivierlandschap. (Foto UN/AC-Jaap de Boer)
Het opmeten en fotograferen van details van het schip is een precies
werkje. (Foto UN/AC-Jaap de Boer)