Aser (hebreeuws 'āšēr) is een zoon van Jakob en
Zilpa. Zijn naam werd in verband gebracht met een
werkwoord 'gelukkig prijzen' (Gn 30,13). Daarna is
A. de naam van een stam woonachtig in het noorden
aan de kust tussen de Karmel en Fenicië. Het lied
van Debora noemt A. onder hen, die geen gehoor
gaven aan de oproep tot de strijd tegen Sisera (Ri
5,17). Van de profetes Anna, die aanwezig was bij
de voorstelling van Jezus in de tempel, wordt uitdrukkelijk
gezegd, dat zij voortkwam uit de stam A.
(Lc 2,36).
Lit. E. Täubler, Biblische Studien (Tübingen 1958) 116-128.
[Beek]