Zebulon

Zebulon (hebreeuws zebulōn; betekenis onzeker, in verband gebracht met zebul, 'woning' als aanduiding van de tempel, de goddelijke woning), naam van een der zonen van Jakob en Lea (Gn 30, 20), later de naamgever van een der stammen van Juda en Israël. Volgens Gn 49, 13 grensde Z. aan de zee; dit wordt herhaald in Dt 33, 18v, waar Z. samen met Issachar genoemd wordt. Volgens Joz 19, 10-16 was Z. gevestigd op de zuidrand van het gebergte van Galilea. Later beheerste de stam de handelsweg van het Overjordaanse naar de zee. Nm 1, 30v telt het aantal weerbare mannen van Z. bij het begin van de uittocht als 57 .400 en na de woestijntocht als 60.500 (26, 26v). De richter Elon was uit Z. afkomstig (Ri 12, 11v) en werd in Ajalon, in zijn stamgebied, be graven.

Na de ballingschap wordt Z. niet meer genoemd; alleen volgens Ez 48, 26 had het nog een gebied en volgens Ez 48, 33 was er in Jeruzalem een Z.-poort. Openb 7, 8 noemt Z. onder de 144.000 getekenden van alle stammen van Israël. [Beek]


Afkortingen Lijst van Namen