Acoliet. Het acolitaat is de hoogste van de 4 ordines
minores in de latijnse kerk (als afzonderlijke wijding
is het niet in de oosterse kerk bekend, behalve bij de
Armeniërs). De eerste vermelding stamt uit het midden
van de 3e eeuw: 251 te Rome (Eusebius, Historia
ecclesiastica 6,43) en te Carthago (Cyprianus,
Epistula 7; 34). Waarschijnlijk waren er te Rome regionale
a.en (taak: overbrengen van hosties en hulp
bij het breken van het brood). In de 4e eeuw kregen
de a.en het beheer van kerkelijke goederen, in de 9e
eeuw werd het uitsluitend een wijding, geen ambt.
Lit. H. Leclercq (DAL 1, 348-356). - F. Weiland, Die genetische
Entwicklung der sog. Ordines Minores in den drei ersten
Jahrhunderten (Römische Quartalschrift, Supplementheft,
1897). W. Croce, Geschichte der niederen Weihen (Zeitschr.
f. kirchliche Theologie 70, 1948, 257-314). [Bartelink]