Azazel (hebreeuws 'ăzā'zēl) is in het ritueel van de
israëlitische verzoendag (Lv 16,8.10.26) de naam van
een boze geest die in de woestijn huist (vgl. Js 13,21;
34,14; Mt 12,43 e.p.). De schade die hij kon toebrengen
werd afgewend doordat hem een bok gestuurd
wérd die symbolisch met de zonden van de Israëlieten
beladen was (zondebok). De betekenis van deze
in de apocriefe literatuur vaak genoemde naam, de
ouderdom en de oorsprong van het merkwaardige
gebruik zijn onbekend.
Lit. W. H. Gispen, Azazel (Orient. Neerl., Leiden 1948, 156-161).
G. R. Driver, Azazel (JSS 1, 1956, 97v). C. L. Feinberg,
The scapegoat of Lev. 16 (Bibl. Sacra 115, 1958, 320-333).
[v. d. Born]