Cherub, een mythologisch wezen, waarvan de
voorstelling door de Israëlieten in hun cultus en
decoratie werd overgenomen. De gestalte der c.s
zoals het OT zich die voorstelde kan overeenstemmen
met de afbeelding in ivoor-snijwerk die in
Megiddo is gevonden; een gevleugelde leeuw met
menselijk gelaat, waarop de troon rust. Ook in het
OT wordt gesproken van vleugels (1Kg 6, 24. 27
enz.) en de beschrijving in Ez 28,14 doet een menselijk
gezicht vermoeden, terwijl Ez 41,18v mededeling
doet over het dubbele aangezicht: van een
mens en van een leeuw.
De c.s behoren tot de omgeving van Jahwe. Hij troont op de c.s (Ps 80,2 enz.); Hij rijdt op een c. (18,11). Vandaar ook hun afbeelding in het heilige der heiligen (1Kg 6,23-28) en op de ark (Ex 25,1822). Voorts waren ze als reliëf aangebracht op de muur van de tempel en op de sluitplaten van de onderstellen (1Kg 7 ,29).
In de verhalende literatuur komen de c.s slechts
voor in Gn 3,24 als bewakers van de boom des Ievens
bij de ingang van de hof van Eden.
[Beek]