Jubeljaar is de naam van een instituut waarover Lv
25,8-66 voorschriften geeft. Het moest gevierd worden
na 7 sabbatsjaren, ingeluid door de klank van
de bazuin (hebr. joobeel) op de grote verzoendag van
het 49e jaar. Dan moest de akker braakliggen en elk
grondbezit naar de oorspronkelijke eigenaars of hun
familie terugkeren. Het is waarschijnlijk de bedoeling
geweest dat het in het 49e jaar de plaats van
een sabbatsjaar zou innemen. Er is geen enkele aanwijzing
dat het ooit in de praktijk is toegepast. Zo
kreeg het betekenis als hooggestemde verwachting
van messiaans heil waarop Js 61,1-3 (vgl. Lc 4,1419)
zinspeelt.
Lit. E. Neufeld, Socio-economic Background of Yobel and
Semitta (Rivista degli Studi Orientali 1958, 50-124). [Beek]