Judaïsme

Judaïsme is een benaming van joodse godsdienst en zede in hun eigenaardigheden gedurende de laatste eeuwen van Israëls volksbestaan in en buiten he1 land der vaderen. In het grieks komt de term voor in 2M 2,21; 8,1; 14,38 en Gal 1,13-14. Het j. viel in de diaspora op door een 'anders zijn', dat zich uitte door spijswetten, inachtneming van sabbat en feestgetijden en strenge observantie wat betreft de eredienst voor de éne God. In de praktijk betekende dit een leven in mijding van alles wat met niet-joodse religie samenhing. In een wereld, die in religie gedrenkt was bleek deze afzondering vee] weerstand op te roepen. De wetsgetrouwe jood kon niet deelnemen aan de feesten van zijn buren en de spelen van zijn stad, hij kon geen ambt bekleden indien de loyaliteit aan de overheid tevens een religieuze verplichting oplegde. Het conflict dat aan de mijding van de buitenwereld kon ontspringen wordt reeds aan de orde gesteld in de bijbelboeken Est en Dn. Het werd nog verscherpt door de rabbijnse traditie, die een 'omheining rondom de wet' schiep, waardoor het aantal geboden en verboden dat het levensgedrag bepaalde, langs de weg van de casuïstiek werd vermenigvuldigd.


Lit. G. von Rad/K. G. Kuhn/W. Gutbrod (ThW 3, 356-393). G. F. Moore, Judaism in the first centuries of the Christian Era 1-26 (Cambridge 1950; 3³ 1948). - M. A. Beek, Het Judaïsme, in De Godsdiensten der Wereld, onder red. van V. d. Leeuw-Bleeker, 2³ (Amsterdam 1956) 343-380. J. Daniélou, Théologie du Judéo-Christianisme (Paris 1958). [Beek]


Afkortingen Lijst van Namen