Nazireeër is een godgewijde (hebr. nezir 'elohim),
over wiens beloften en verplichtingen Nm 6,1-21 een
informatie geeft, die later tot in details is uitgewerkt
door het tractaat Nazir van de misjna. De n.
moest zich onthouden van sterke drank en van alles
wat de wijnstok voortbrengt, hij mocht zijn hoofdhaar
niet afscheren. Hij moest iedere aanraking met
een lijk vermijden, hij mocht zich niet met een dode
onder één dak bevinden. Men kon een n. zijn voor
het leven, zoals Simson (Ri 13,5) en Samuel (1Sm
1,11), die 'van de moederschoot af' hiertoe bestemd
waren. Men kon ook een tijdelijk nazireaat op zich
nemen. De oudchristelijke gemeente kende nog de
nazireaatsgelofte (Hand 18,18; 21,23-26).
Lit. H. Salmanowitch, Das Naziräat nach Bibel und Talmud
(Giessen 1931). M. Boertien, Nazir. Die Mischna, Text, Übersetzung
und ausführliche Erklärung (Berlin/New York 1971).
[Beek]