Priestercodex, naam die in de historisch-kritische
bijbelwetenschap gegeven wordt aan een van de
bronnen van de pentateuch. J. G. Eichhorn
(1752-1827) gebruikte de term het eerst en paste
deze toe op Lv. Volgens Kuenen, Graf en Wellhausen
was P. de jongste bron, ontstaan in de ballingschap
tussen 570 en 445. Men is het er echter over
eens dat de bron P. zeer oude elementen heeft opgenomen.
Binnen de bron P. onderscheidt men de
heiligheidswet (Lv 17-26) en andere toevoegingen.
Behalve in Lv meent men de stijl en theologie van
P. te kunnen herkennen in Gn 1,2-2,4a; 5-9; 10-13;
16v; 19; 21; 23; 25-31; 33; 35-37; 41; 46-50; Ex lv;
6-9; 11-13; 16; 19; 24-31; 34-40; Dt 32; 34; Joz 1321.
Lit. G. von Rad, Die Priesterschrift im Hexateuch (BWANT
65, Stuttgart 1934). K. Elliger, Sinn und Ursprung der priesterlichen
Geschichtserzählung (ZThK 49, 1952, 121-143). J.
G. Vink, The Date and Origin of the Priestly Code in the OT
(OTS IS, 1969, 1-144). D. Kellermann, Die Priesterschrift
ven Nm 1,1 bis 10,10 literarkritisch und traditionsgeschichtlich
untersucht (BZAW 120, 1970). S. E. Mc Evenue, The
Narrative Style of the Priestly Writer (Analecta Biblica 50,
Rome 1971).
[Beek]