Troparion (τροπάριον), afgeleid
van τρόπος in de
betekenis van toonaard, oorspronkelijk in de byzantijnse
liturgie een kort lied, dat tussen de psalmen
of andere oudtestamentische teksten gezongen
werd, of aan het slot zoals in de vesperdienst, die
met een plechtig t. afgesloten werd. Het op accenten
gebouwde t. staat aan het begin van de ons bekende
liturgische byzantijnse poëzie (meest uit de 5e en 6e
eeuw). De troparia met gelijke regels (κατὰ στίχον)
moesten spoedig onderdoen voor die met ongelijke
versregels. Ze speelden een rol als tegenpropaganda
tegen haeretici, die zich van het lied hadden bediend
om aanhangers te winnen. Het t. wisselde naargelang
het jaargetijde en de feesten. Er zijn vele soorten
te onderscheiden, verschillend van vorm en met
gevarieerde namen. Er behoren beroemde hymnen
uit de vroegbyzantijnse tijd toe zoals de Cherubshymne
uit de Chrysostomus-liturgie. Zo gaat bijvoorbeeld
ook de latijnse antifoon Sub tuum praesidium
op een grieks t. terug.
Lit. Uitgave: P. Maas, Frühgriechische Kirchenpoesie 1. Anonyme
Hymnen des 5.-6. Jahrhunderts (Berlin 1931). - J.B. Pitra, L'hymnographie
de l'Église grecque (Rome 1867). P. Maas/S. G. Mercati/
S. Gassisi, Gleichzeilige Hymnen der byzantinischen Liturgie (ByzZ
18, 1909, 309-356). J. Kunz, Die Struktur der drei ältesten Epiphanie-Troparien
(ByzZ 41, 1941, 40-44). E. Wellesz, A History of
Byzantine Music and Hymnography² (Oxford 1961) 171-197.
[Bartelink]