Verbondsboek of Bondsboek, naam die vroegere exegeten egeven hebben aan een verzameling voorschriften die in Ex 20, 23-23, 33 als een op zichzelf staande bundel voorkomt. De naam is voortgekomen uit de gedachte dat het verbond zoals dat in Ex 24 gesloten werd, gegrond was in de voorafgaande wetten. Algemeen wordt nu aangenomen dat deze voorstelling van de gang van zaken onjuist is, maar men is gewend aan de betiteling V. of Bondsboek en daarom is deze niet verworpen.
De eerste indruk dat het V. een massieve eenheid zou zijn wordt bij nauwkeurige lezing weggenomen. Er kan een verschil in stijl worden geconstateerd omdat de casuïstisch geformuleerde voorschriften onderbroken worden door apodictische geboden. Er is wel verdedigd dat de casuïstische gedeelten van kanaänitische herkomst zouden zijn en door Israël zouden zijn overgenomen. Nu kent men in het oudoosters recht de casuïstische formulering, maar daarmee is nog niet bewezen dat deze met de inhoud van de omgeving zou zijn overgenomen. De voorschriften hebben in Ex 20-23 het leven van een israëlitische landbouwer en veehoeder tot achtergrond.
Ook kan men constateren dat het V. is opgenomen
in de zogenaamde cultische dekaloog, die 20, 23-26;
23, 12 en 13b-19 omvat en gericht is op de inrichting
van het godsdienstig leven wat betreft het bouwen
van een altaar, de rust op de sabbatdag, het zich
verre houden van de dienst aan andere goden, de
inachtneming van de feestdagen en het behoorlijk
brengen van offers. Zo blijft Ex 21, 1-23, 11 en 13a
over als een samengesteld geheel, waarbij men met
toevoegingen ernstig rekenmg moet houden; 23, 1-3
en 6-9, zijn van toepassing op het handhaven van de
zuivere rechtspraak, 22, 18-20 verwerpt de tovenarij,
de gemeenschap met een dier en offers aan andere
oden. Het vervolg bevat dan weer sociaal ingestelde
geboden ter bescherming van vreemdelingen,
weduwen en wezen, misdeelden. Het slot Ex 23,
20-33 is apodictisch geformuleerd en heeft qua inhoud
weinig met het voorafgaande te maken. Concluderend
kan men zeggen dat het V. een eigen
plaats inneemt in Ex, maar niet zulk een samenhangende
tekst biedt als oorspronkelijk in de wetenschap
werd verdedigd.
Lit. A. Jepsen, Untersuchungen zum Bundesbuch (Stuttgart 1927).
H. Cazelles, Études sur le Code de l'Alliance (Paris 1946). [Beek]