Verzoendag (hebreeuws jōm hakkippūrīm, ook wel vertaald met 'grote verzoendag'), de algemene zoen- en boetedag van Israël, gehouden op de tiende dag van de zevende maand (Tisjri). Het is de laatste dag van de tien dagen van inkeer die met 1 Tisjri, dus op de nieuwjaarsdag, beginnen. De bron van informatie over de v. is Lv 16; de daaraan gekoppelde uitwerking lezen we in het Misjna-tractaat jômâ ('de dag'). De profeten en de historische boeken van het OT maken van v. geen melding.
Algemeen wordt aangenomen dat de ingewikkelde tekst Lv 16 begint met het verwerken van oude elementen. Er worden dus twee bronnen voor de laatste redactie van Lv verondersteld. Daarmee zijn de moeilijkheden niet opgelost, maar het staat wel vast dat het ritueel beperkt is tot een godsdienstige handeling in de tempel, waarbij de hogepriester geheel alleen voor het altaar dienst doet. Voor zijn gemeente is de dag er een van vasten en sabbat (Lv 16, 29-34a). Het is verklaarbaar dat Hand 27, 9 over v. spreekt als over een vastendag. Het ritueel is gecompliceerd door de inzet van verschillende offerdieren en dat niet alleen voor de God van Israël. Een aanleiding tot fantastische verklaringen is de zondebok die voor Azazel in de woestijn geofferd werd; het is niet duidelijk wie men met Azazel op het oog had.
Het thema van v. is duidelijk en met de naam al gegeven. De bedoeling is met de hele periode van 1 tot 10 Tisjri verbonden: het volk is met zonde beladen en moet ontlast worden. Aldus komen we in aanraking met een gegeven dat in de godsdienstgeschiedems de aandacht heeft getrokken; men ontdekte verwantschap met het babylonische nieuwjaarsfeest.
Met de verwoesting van de tempel kreeg de viering
van v. een nieuwe vorm. De hogepriester kon geen
rol meer spelen, de plaats van samenkomst werd de
synagoge. Het ritueel met gebeden en schriftlezingen
neemt een hele dag in beslag; het woonhuis is
geen plaats voor de viering. De schuldbekentenis
neemt een centrale plaats in en daarmee is Lv 16
een traditionele en onvervangbare tekst gebleven.
Lit. A. Médebielle (DES 3, 61-66). - S. Landersdorfer, Studien zum
biblischen Versöhnungstag (Münster 1924). I. Elbogen, Der jüdische
Gottesdienst in seiner geschichtlichen Entwicklung (Hildesheim
1962) 149-174. T. Vriezen, The Term hizza. Lustration and
consecration (OTS 7, 1950, 201-235). E. Auerbach, Neujahrs- und
Versöhnungsfest in den biblischen Quellen (VT 8, 1958, 337-343).
S. de Vries, Joodse riten en symbolen² (Amsterdam 1968) 77-95.
[Beek]