Aphroditopolis of Ἀφροδίτης πόλις, griekse naam van egyptische steden die aan Hathor of een met haar verwante godin toegewijd waren.

(1) Aphroditopolis, hoofdstad van de 22e en laatste opper-egyptische
gouw, tegenover Meidoem op de rechteroever
van de Nijl, waar een koegodin Hesat (Ἡσεις) vereerd
werd, die zeer vroeg met Hathor werd geïdentificeerd.
Zij gold tevens als een gedaante van
Isis.
De egyptische naam van de stad Tpy-ih.w 'het
hoofd der runderen' (vandaar koptisch Tpeh, arabisch
Atfih) komt ook voor als epitheton van de
godin. Een andere vorm ervan is Pr-nb.t-ih.w
(koptisch Petpeh) 'huis van de meesteres van Tpeh'.
De Grieken noemden de godin Ἀθερ-νεβ-θφηι
'Hathor, meesteres van Tpeh'. Volgens Strabo 7,1,
35 vereerde men hier een witte koe. Er zijn weinig
monumenten teruggevonden.

(2) Aphroditopolis, in de byzantijnse tijd
ook Ἀφροδίτης κώμη en
κώμη Ἀφροδιτώ, griekse naam van W3d.t, hoofdstad
van de 10e opper-egyptische gouw, zo genaamd
naar een cobragodin die met Hathor werd
gelijkgesteld. De koptische naam, Tckow en Ckow,
waarvan arabisch Kom Isjqaw stamt, betekent misschien
'de gouw (tos) van Tkow', waarmee aangeduid
werd dat het dan ondergeschikt was aan de tegenoverliggende
metropool Tkow - Antaeopolis
(huidig Qaw el-Kebir). In 1901 werd hier toevallig
een grote massa griekse, doch ook koptische en arabische
papyri gevonden uit het einde van de byzantijnse
tijd en het begin van de Islamoverheersing.
Het grootste deel ervan kwam in Heidelberg en
Londen terecht: uitgave door H. I. Bell in Greek
Papyri in the British Museum 4 en 5 (London 1910
en 1917).
Lit. RÄR 46. Porter/Moss 4,75v. Gardiner 2,119*; 55*-62*.
(3) Pathyris.
[Vergote]