
Chuera (tell chuera), reusachtige ruïnenheuvel met
een oppervalkte van ca. 85 ha, in Noord-Mesopotamië,
ongeveer midden tussen de Chabur en de
Balich, in het huidige Syrië, even ten zuiden van
de turkse grens. Sinds 1958 wordt de tell opgegraven
door een duitse archeologische expeditie, uitgaande
van de Max Freiherr von Oppenheim-Stiftung,
o.Lv. A. Moortgat. De nog niet geïdentificeerde
ruïne bevat belangrijke architectonische
overblijfselen, met name uit het 3e millennium
vC en is van een in deze streek veel voorkomend
type, dat zich kenmerkt door een ronde vorm, met
een dubbele, concentrische muur. Buiten de muren
werd een omvangrijk heiligdom aangetroffen
(allee, geflankeerd door stelen, voorhof en Antentempel),
in de tell zelf o.a. een kleine Antentempel,
met een belangwekkende cultische inventaris en
votiefbeeldjes van het uit Z.-Mesopotamië bekende
sumerische type van de 'staande bidder'. Voorts
kwamen terracotta's, zegels en enkele fraai versierde
wierookstandaards aan het licht. De opgravers
vermoeden dat de stad een centrum van vroeghurritische
cultuur was.
Lit. A. Moortgat, Tell Chuera in Nordost-syrien. (Vorläufige)
Berichte über die Grabungskampagnen 1958, 1959,
1960, 1963 (Köln-Opladen 1960v). [Veenhof]