
Gerar (hebr. gerār), oude stad op de grens van
Egypte en Palestina (Gn 10,19). In Gn 20 heeft G.
een koning, Abimelek, die in Gn 26,12-31 een Filistijn
blijkt te zijn. De ligging wordt omstreden; voorgesteld
zijn de tell eš-šērīa', 23 km z.o. van Gaza, de
tell gemme (Flinders Petrie) of umm gerrār, ten z.w.
van Gaza. Het dal van G. (Gn 26,17) zal wel in het
zuidwesten van de Negeb gezocht moeten worden
(wādi ed-garūr).
Lit. BRL 197v. Abel 2, 330v. Simons blz. 558. Y. Aharoni,
The Land of Gerar (IEJ 6, 1956, 26-32: tell abu hurera, w. van
tell es-seria').
[v. d. Born]