Jordaan
Deze rivier (Ἰορδάνης), die in het OT met twee uitzonderingen
(Job 40,23 en Ps 42,7) altijd hajjardēn
(met lidwoord) wordt genoemd, ontspringt uit bronrivieren
in het Hermongebergte. Al spoedig vormt
de J. het Chule-meer (Merom) en stroomt vandaar naar het
meer van Galilea of Gennesaret (hebr. jaam kinneret,
in de rabbijnse literatuur het meer van Tiberias).
De Jordaan bij Caesarea Philippi, ten noorden
van het meer van Galilea.
Dit meer ligt 208 m onder de zeespiegel. Vandaar
legt de J. een afstand af van hemelsbreed 110 km
om
op een diepte van 390 m in de
Dode Zee uit te
monden. Op dit traject is het water van zijrivieren
als de
Jarmuk en de
Jabbok opgenomen. Het
dal van de J. is in het algemeen smal, maar verbreedt
zich o.a. bij Jericho. De rivier is nooit bevaarbaar
geweest, is wel op vele plaatsen doorwaadbaar
en heeft in de geschiedenis vooral de rol van
een natuurlijke grens tussen Transjordanië
en Kanaän
vervuld. Dit wordt in het licht gesteld door
o.a. het verhaal van de doortocht door de J. bij
de inbezitneming van
het land onder Jozua (Joz 3v).
Lit. A. R. Huist, Der Jordan in den alttestamentlichen Überlieferungen
(OTS 14, 1965, 162-188).
[Beek]