
Kenizzieten (van hebr. qenaz), edomitische stam
(van koper- en ijzersmeden? vgl. 1Kr 4,13v) waarvan
Kenaz, kleinzoon van Esau
en zoon van Elifaz
(Gn 36,11,15,42; 1Kr 1,36,53) als stamvader wordt
genoemd. Via de vader van Kalebs broeder
Othniël,
ook Kenaz, in verband gebracht met de Kalebieten
(Joz 15,17; Ri 1,13; 3,9,11; 1Kr 4,13). Slechts
Kaleb wordt K. genoemd (Nm 32,12; Joz 14,6,14),
terwijl de K. slechts eenmaal vermeld worden als
een van de volken in het land Kanaän (Gn 15,20).
Evenals de Kalebieten zijn de K. waarschijnlijk opgegaan
in de stam Juda.
Lit. N. Glueck, Kenites and Kenizzites (PEQ 72, 1940, 2224).
[Hoogewoud]