
Kirjat(h) Jearim (hebr. qirjat jearim = stad der
wonden, LXX πόλις Ιαριμ/Καπιαθιαριμ, Vg Cariathiarim),
stad in Juda geïdentificeerd met Deir el-Azhar
op een strategische heuvel bij Abu Gos of
met Abu Goš (14 km ten westen van Jeruzalem). K.
dat ook met andere namen werd aangeduid als K.Baäl
(Joz 15,60; 18,14), Baäla (Joz 15,9; 1Kr 13,6)
of Baäle-Juda (2Sm 6,2), behoorde bij de stedenbond
van Gibeon (Joz 9,17), later tot Juda (Joz 15,
60) of Benjamin (Joz 18,28). K. ontleent zijn betekenis
aan het in 2Sm 6 en 7 vertelde, waar K. de
laatste plaats is waar de ark stond voor hij door
David naar Jeruzalem werd gebracht. Na de ballingschap
keren ook mannen van K. terug (Neh 7,
29).
Lit. Y. Aharoni, The Land of the Bible. A Historical Geography
(London 1966).
[Hoogewoud]