Macedonisch, taal van de antieke Macedoniërs, wel te onderscheiden van het moderne m., dat tot de zuidelijke groep van de slavische talen behoort. Onze kennis van het antieke m. beperkt zich tot enkele toponiemen en antroponiemen en een aantal glossen; we bezitten geen enkele samenhangende tekst. Misschien hebben de Macedoniërs nooit in hun eigen taal geschreven, maar was hun schrijftaal reeds vroeg het grieks. Dit behoeft geen verwondering te wekken indien men bedenkt dat vanaf de 7e eeuw vC althans het macedonische vorstenhuis en de adel sterk onder griekse invloed stonden (alle koningen uit het huis der Argeaden droegen griekse namen!).
Over het karakter en de verwantschapsrelaties van
het m. bestaan zeer uiteenlopende hypothesen. Men
is het er wel algemeen over eens dat het geen grieks
dialect is; voor zover sommige woorden zich met
griekse in verband laten brengen, ligt het voor de
hand aan meer of minder geadapteerde ontleningen
te denken. Veronderstelde of - in een enkel geval aanwijsbare
overeenkomsten met het illyrisch
brengen het probleem niet dichter bij een oplossing
zolang onze werkelijke kennis van het illyrisch zo
gering is.
Lit. O. Hoffmann, Die Makedonen, ihre Sprache und ihr
Volkstum (Göttingen 1906). J. N. Kalléris, Les anciens Macédoniens.
Étude linguistique et historique 1 (Athene 1954). A.
P. Daskalakis, The Hellenism of the Ancient Macedonians
(Salaoniki 1963) [Nuchelmans]