Vorige Plattegrond van Ostia Volgende

De thermen van het Forum

Ten zuidoosten van het forum ligt een van de grootste baden in Ostia, ongveveer 3200 m². De thermen zijn gebouwd in het 3e kwart van de 2e eeuw nC door M. Gavius Maximus, praefectus praetorio, tot in de 4e eeuw werden onderhoudswerkzaamheden uitgevoerd.

Het gebouw is in de 1e helft van de 19e eeuw geplunderd. De opgravingen hebben lang geduurd in de jaren 1920-1941 en in 1959 en 1980.

Oorspronkelijk waren de wanden tot een hoogte van 3 m bekleed met marmer, daarboven waren ze bepleisterd. De vloeren waren versierd met zwart-wit mozaïeken met geometrische motieven. Er zijn veel standbeelden in de thermen gevonden, o.a. twee van de goden van de gezondheid (Hygieia en Aesculapius).

De koude kamers lagen aan de noordzijde van het gebouw. Aan de zuidkant waren de warme vertrekken. De zuidzijde is zeer gevarieerd. Hij was zo ontworpen dat de kamers in de middag een maximum aan zonlicht kregen door grote ramen, die waarschijnlijk glas hadden in houten frames. Alleen kamer 15 die voor zonnebaden werd gebruikt, kan open ramen gehad hebben.


Men kwam de thermen oorspronkelijk binnen door de vestibules 2 en 14. Op het einde van de 4e eeuw nam kamer 1 deze functie over van kamer 2. Kamer 1 was toegankelijk vanaf het Forum en de palaestra. De hoofdingang naar kamer 2 en de twee ramen naast de ingang werden nu geblokkeerd.

Bezoekers gingen dan naar de verkleedkamers (apodyteria) 4, 5, 12 en 13. Bij de ingang van elke kamer waren twee marmeren zuilen. Kamer 4 en 12 hadden drie vensters in de noordmuur. Tussen de kleedkamers ligt het koude bad (frigidarium), 6. Het werd omgeven door grote marmeren zuilen. Het vertrek moet 15 tot 17 meter hoog geweest zijn. Aan de noord- en zuidzijde zijn basins. Zij hadde nissen in de achter- en zijwanden. De nissen in het noordelijke basinwerden geblokkeerd toen een apsis in de 4e eeuw werd toegevoegd. Gaten en sporen van loden pijpen tonen dat achter elke nis wateraanvoer was. Kamer 7 en 8 hadden een groot raam in de noordmuur.


Tepidarium en daarachter palaestra.

De achthoekige kamer 15 werd gebruikt voor zonnebaden (heliocaminus). Hij had weinig verwarming en de grootste ramen. Kamer 16 was een sauna (sudatorium). Langs de muren staan marmeren zetels. Kamers 17 en 18 waren lauw (tepidaria). Er zijn hier geen basins omdat tepidaria alleen doorgangsvertrekken waren, waar mensen konden uitrusten. Kamer 19 was een heet bad (caldarium), met drie basins. Hierin zijn veel haarspelden gevonden. In de vroege 4e eeuw is een apsis toegevoegd aan het zuidelijk basisn. De apsis heeft ronde zuilen; verticale stroken cement op de zuilen zijn al wat rest van de ramen.


Een van de basins van het caldarium

Ten oosten van het caldarium zijn de ovens (praefurnia), die de lucht verwarmden onder de holle vloeren (hypocausta). Het verwarmingsysteem werd in de Severaanse periode en in het begin van de 4e eeuw verbeterd. Langs de oostzijde van de ovens loopt een gang. Ten noordoosten daarvan is een tweede ingang met 2 hoge bogen met 2 verdiepingen. Ten zuidoosten van de gang was een waterrad met een doorsnede van ca. 10 m. Hierbij brachten slaven water dat werd verzameld in een grote cisterne aan de noordzijde, naar een hoger niveau.

Ten zuiden van de warme kamers lag de palaestra. De kamer eromheen dateren uit de laatste helft van de 2e helft en het begin van de 3e eeuw nC. In het zuidwestelijke deel van de palaestra staan een of twee kleine tempels. Ten zuidwesten daarvan is een grote latrine met meer dan 20 zitplaatsen.

De palaestra
Bron: www.ostia-antica.org


Vorige Plattegrond van Ostia Volgende