
Rode Zee (Ἐρυθρὰ
of Ἐρυθραία θάλασσα, latijn
Mare Rubrum), in de oudheid benaming voor de
huidige Arabische Zee, waarvan de huidige Rode
Zee (Ἀράβιος κόλπος, Sinus Arabicus) en de huidige
Perzische Golf (Περσικὸς κόλπος, Sinus Perzicus)
als zeeboezems golden. De naam is mogelijk
ontleend aan de Hem van koraalriffen en de aanblik
van de woestijn aan de Perzische Golf.
Omtrent de localisatie van de 'Rode Zee' in het bijbelse verhaal van de uittocht uit Egypte (Ex 13, 18; 15,4 enz.) - hebreeuws yam sūf, 'schelfzee', in het grieks op deze plaatsen vertaald met Ἐρυθραία θάλασσα - lopen de opvattingen uiteen. Naast de traditionele identificatie met het noorden van de huidige Golf van Suez of de Bittermeren, wordt ook gedacht aan de streek met moerassen en meren ten noorden van Zoan (in het noorden van Egypte), die in het egyptisch als djouf (hebreeuws sūf?) wordt aangeduid.
Arabische Zee, Rode Zee en Perzische Golf werden
de Grieken bekend via de Perzen, en meer in bijzonderheden
door de expedities van Alexander
de Grote. Tijdens de regering der eerste Ptolemeeën
ontwikkelden zeevaart en handel langs de kusten
van deze zeeën zich zeer sterk In de romeinse keizertijd
was de huidige Rode Zee een van de voornaamste
handelswegen in het verkeer tussen het
Romeinse rijk en het Oosten.
Lit. Ber er (PRE 6, 592,-811). - A. Kammerer, Les pays de
la Mer Erythrée jusqu'à la fin du Moyen-Age (Kairo 1929).
O. Eissteldt, Baal Zaphon, Zeus Kasios und der Durchzug
der Israeliten durchs Meer (Halle 1932). O. Kniser, Die
mythische Bedeutung des Meeres in Ägypten, Ugarit und
Israel² (Berlin 1962).
[Hoogewoud/Nuchelmans]