
![]()
Sfire of Sefirē, naam van een ruïne in Noord-Syrië,
ca. 25 km ten zuidoosten van Aleppo, voorwerp
van clandestien en officieel archeologisch
onderzoek. De belangrijkste vondst - afgezien van
een beeld gewijd aan 'de god van Neirab' - is een
drietal stèles, beschreven in oud-aramees schrift.
De tekst wordt gevormd door een tweetal verdragen
gesloten tussen Mati''el (Matiël), zoon
van Attarsumki, koning van Arpad (een belangrijke
arameese staat ten noorden van Aleppo), en
de nog niet geïdentificeerde Bir-Ga'ja, koning van
KTK, vermoedelijk ook een aramees vorst gezien
zijn naam. De verdragen, 'adîn genoemd, zijn te
dateren rond 750 vC, vermoedelijk tussen 754 vC,
toen Arpad vazal werd van Assurnirari V van Assur,
en 740 vC, toen de stad door
Tiglathpileser
III werd veroverd. De teksten - de langste oud-arameese
tekst die bekend is - zijn van grote betekenis
voor de arameese taalkunde en voor de kennis van
politieke en religieuze opvattingen en literaire stijl.
Tot de elementen behoren o.a. de titel met de introductie
van de partners (Matiel was de mindere),
een aanroeping van de goden die getuigen zijn, een
uiteenzetting van het sacrale karakter van het verdrag
(dat beschouwd wordt als ook door de respectieve
goden te zijn afgesloten), de stipulaties van
het verdrag, uitvoerige, ten dele door riten begeleide
vloeken over mogelijke verdragbreuk, zegenformules
en een vermaning aan het nageslacht. De
verdragen vertonen wezenlijke elementen die we
ook in Deuteronomium en in de assyrische vazalverdragen
terugvinden, welke laatste hun naam,
adê, aan het aramees ontleend hebben, wat misschien
ook kan gelden van het hebreeuwse 'edo/ut.
Lit. A. Dupont-Sommer/J. Starcky, Les inscriptions araméennes
de Sfiré (stèles I et II) (Mémoires présentés à l'Académie
des inscriptions et belles-lettres 15, 1960, 197-351). J.
A. Fitzmyer, The Aramaic Inscriptions of Sefire (Rome
1967). D. J. McCarthy, Treaty and Covenant (Rome 1963).
H. Donnen W. Röllig, Kanaanäische und aramäische Inschriften³
(Wiesbaden 1971-1976) nrs. 222-224. R. Degen, Altaramäische
Grammatik (Wiesbaden 1969). J. C. L. Gibson, Textbook
of Syrian Semitic inscriptions 2 (Oxford 1975) 18-56.
[Veenhof]