
Silo (hebreeuws šīlō, 'drooggelegde plaats'; LXX
Σηλωμ), stad in Efraïm ten noorden van Bethel, in
het OT bekend als een der standplaatsen van de ark
in een tempel onder de hoede van de priester
Eli (1 Sm 1); thans sēlūn. Ri
21,19-24 maakt melding van een jaarlijks godsdienstig
feest in S., waarbij de meisjes dansten.
De jonge Samuel werd door zijn ouders aan
het heiligdom van S. toevertrouwd. Hij was er getuige
van dat de ark in handen van de Filistijnen
viel en waarschijnlijk ook van de verwoesting van
de tempel. Deze val, die door de aanwezigheid van
de ark niet voorkomen was, werd door Jeremia
aan de bevolking van Jeruzalem ten voorbeeld gesteld
(Jr 7,12 en 14; 26,6 en 9). S. wordt herhaaldelijk
in het boek Jozua vermeld en is dan de
laatste gemeenschappelijke legerplaats van Israël,
waar de nog niet veroverde gebieden over de stammen
verdeeld werden, asielsteden en priestersteden
werden aangewezen en plannen tegen oostjordaanse
stammen beraamd (Joz 18-22). De profeet
Achia
was uit S. afkomstig (1 Kg 11,29; 12,15). De stad
is tot de byzantijnse periode bewoond geweest.
In S. zijn deense opgravingen verricht in 1926,
1929, 1932 en 1963 onder leiding van H. Kjaer en
A. Schmidt.
Lit. M. Noth, Samuel und S. (VT 13, 1963, 390-400). M. A.
Cohen, The Role of the Shilonite Priesthood in the United
Monarchy of Ancient Israel (Hebrew Union College Annual
36, 1965, 59-98). M. L. Buhl/S. Holm-Nielsen, Shiloh. The
Danish excavations at Tall Sailun, Palestina, in 1926, 1929,
1932 and 1963. The pre-hellenistic remains (Copenhagen
1969). [Beek]