De dodentempel van Seti I
Deze tempel, opgericht door Seti I voor de cultus van hemzelf na zijn dood en de verering van Amon, werd ook gebouwd in herinnnering van zijn vader Ramses I, die overleed voor hij een eigen tempel kon bouwen. Seti I heeft hem niet zelf afgemaakt: dat deed zijn zoon Ramses II, die reliëfs en inscripties liet vervaardigen. Van de originele lengte van 158 m is slechts 47 m over, voornamelijk het heilige der heilige, de omliggende hallen en kamers. De pylonen en binnenhoven voor de eigenlijke tempel liggen grotendeels in puin. In de colonnade (zie foto boven) waarvan nog 8 zuilen overeindstaan, zijn drie ingangen. De middelste leidt naar de hypostyle hal, met aan weerszijden drie kamers waarin reliëfs te zien zijn waarop Seti plechtigheden verricht in het bijzijn van de goden. De eerste kamer aan de rechterzijde toont reliëfs van Ramses II die de tempel binnengaat en brandoffers brengt aan Amon, Mut en Chonsu.
Achter de hypostyle hal is het heilige der heilige met vier eenvoudige vierkante zuilen. Op de decoraties van de zijmuren brengt Seti brandoffers voor de boot van Amon. De basis van de boot is nog aanwezig.
Achter de rechteringang in de colonnade ligt een langwerpige hal van Ramses II met minder goede reliëfs.
Door de linkeringang in de colonnade bereikt men een klein heiligdom van Ramses I. Van hieruit komt men in drie kamers. In de middelste brengt Seti I een brandoffer voor de boot van Amon. In beide andere kamers zijn reliëfs waarop Ramses II voor de goden staat.