Tell Hammām, naam van een drietal archeologische vindplaatsen in Mesopotamië.
(1) T .H. in de provincie Nasiriyah in Irak, met resten
uit de Djemdet Nasr-tijd en uit de periode
Vroegdynastiek I (ca. 3100-2750 vC).
Lit. R. M. Adams/H. Nissen, The Uruk Countryside (Chicago 1972)
nr. 183.
(2) T.H. of Ibn es-Šahāb, gelegen aan de Balich
nabij de bron.
Lit. M. Mallowan, Excavations in the Balib Valley 1938, T.H. (Iraq
8. 1946, 136-138; fig. 4a, 6).

(3) T.H., naar het nabijgelegen dorp ook T.H.-et-Turkman
genoemd, gelegen aan de Balich ca. 20
km ten zuiden van T.H. (2). De tell is sinds 1981
voorwerp van opgravingen door de Universiteit van
Amsterdam. Tot nu toe is de aanwezigheid vastgesteld
van woonlagen van ca. 5400 vC tot ca. 600 nC,
waaronder een monumentaal gebouw uit ca. 3400
vC ('Gawra-periode'). Naast de vroege bronstijd
is ook de midden-bronstijd vertegenwoordigd, in
een rij huizen langs een straat met een centrale goot.
In de parthisch-romeinse tijd was de nederzetting
omgeven met een 4 m dikke muur.
Lit. M. van Loon, Hammam-et-Turkman on the Balikh: background
and first results of the University of Amsterdam's 1981 excavation
(Akkadica 27, 1982, 30-45).
[Meijer]