Thamud, arabische stam die reeds door Sargon II in een inscriptie van 715 vC genoemd wordt en waarvan de Qur'an herhaaldelijk spreekt als van een stam die in het grijze verleden bestaan heeft maar reeds lang van de aardbodem verdwenen is. Volgens Plinius maior waren de woonplaatsen van de stam Domatha en Hegra, d.w.z. Dumat al-Ğandal (tussen Petra en de Perzische Golf) en al-Hiğr (Noord-Hidjaz, bij het tegenwoordige Madā'in Sālih.).
Waarschijnlijk is de stam verbonden geweest met verschillende andere stammen en is dit de reden dat thamudische inscripties niet alleen gevonden zijn in de twee zo juist genoemde plaatsen, maar ook ten zuiden en ten oosten van de Dode Zee, rondom de Golf van Aqaba in Teima en in Centraal-Arabië. De inscripties zijn afkomstig uit de 5de eeuw vC tot de 4e eeuw nC (Littmann), maar wellicht zijn de oudste uit nog vroeger tijd (Van den Branden). Twee derde van het totale aantal bevat alleen namen, terwijl de overige uiterst kort zijn en gaan over het hoeden van dieren, over ziekten en over verlangen naar vrienden. Andere bestaan uit koopkontrakten of uit aanroepingen tot diverse goden. Onder deze laatste treden op de voorgrond Nahi en Radu.
Sanherib deporteerde hun cultusbeelden uit Dumat
al-Ğandal, nadat hij deze oase veroverd had.
Vele inscripties gaan vergezeld van rotstekeningen,
die voor een deel magische betekenis hebben, maar
anderzijds eenvoudig jachtscènes voorstellen of afbeeldingen
bij vertellingen of bij koopkontrakten.
De taal van de inscripties is noordarabisch, het
schrift is afgeleid van het zuidarabische.
Lit. E. Littmann, T. und Safa (Abhandlungen für die Kunde des
Morgenlandes 25/1, 1940). A. van den Branden, Les inscri tions
thamoudéennes (Bibliothèque du Muséon 25, Louvain 1950). C.
Brockelmann, Das Arabische und seine Mundarten (Handbuch der
Orientalistik III, 2, 3, Leiden 1954) 208-210. A. van den Branden,
Les textes thamoudéens de Philby 1-2 (Bibliothèque du Muséon
40-41, Louvain 1956). J. Ryckmans, Aspects nouveaux du problème
thamoudéen (Studia Islamica 5, 1956). A. van den Branden, Histoire
de Thamoud (Publications de l'Université Libanaise, Section des
Études historiques 6, 1960). M. Höfner, Die vorislamischen Religionen
Arabiens (in H. Gese/M. Höfner/K. Rudolph, Die Reliionen
Altsyriens, Altarabiens und der Mandäer, Stuttgart 1970,
234-402) 355v, 372-382. A. Jamme, Thamudic Studies (Washington
1967).
[Attema]