Tell Qannas en Habuba Kabira, tells op de westelijke oever van de Eufraatbocht in Syrië, van 1969 tot 1975 opgegraven resp. door belgische en duitse expedities. Zij bleken de geestelijke en wereldlijke centra te bevatten van één stad van 150 x 500 m uit ca. 3300-3150 vC. Tell Qannas bestond grotendeels uit de verbrande resten van drie haaks op elkaar staande tempels, die tot 4 m hoogte bewaard zijn. Een afwisseling van nissen en steunberen bestempelde niet alleen deze gebouwen, maar ook de daarheen leidende straat en zelfs het aangrenzende stuk stadsmuur als heilig.
Habuba Kabira leverde langs hoofd- en zijstraten
dicht op elkaar gebouwde, goed gerioleerde 'middenzaalhuizen',
die op kleinere schaal de driebeukige
plattegrond van de tempels herhaalden. Opvallend
is de nauwe aansluiting in alle opzichten (aardewerk,
zegelafrollingen, kleitabletten met telwoorden
maar nog zonder schrift) aan de cultuur van
Uruk V en IVb in Zuid-Mesopotamië, dat deze
streek welbewust gekoloniseerd lijkt te hebben.
Kleisymbooltjes in de vorm van de latere tekens
'olie', 'schapen' en 'kleding' worden door de opgravers
als bewijs voor handel in deze waren geduid.
Lit. E. Strommenger, Habuba Kabira, eine Stadt vor 5000 Jahren
(Mainz 1980). A. Finet, Lorsque la royauté descendit du ciel (Morlanwelz
1982). K. Kohlmeyer/E.Strommenger, Land des Baal. Syrien
- Forum der Völker und Kulturen (Mainz 1982) 30-49.
[van Loon]