Over Alexander de Grote's fascinerende persoon en fenomenale veroveringstochten deden al spoedig, nog tijdens zijn leven, de meest wonderlijke verhalen de ronde, die in allerlei vormen, zowel mondeling als schriftelijk aan het nageslacht werden doorgegeven. Een deel van deze volksoverlevering heeft in de 2e eeuw nC zijn neerslag gevonden in een geromantiseerde levensbeschrijving, de aan Callisthenes toegeschreven Βίος Ἀλεξάνδρου τοῦ Μακεδόνος, waarvan drie griekse versies en een 80-tal bewerkingen en vertalingen in meer dan 30 talen bewaard zijn.
De duistere voorgeschiedenis van pseudo-Callisthenes' werk is onlangs door R. Merkelbach voor een groot deel opgehelderd: de auteur heeft een briefroman uit ca. 100 vC, die bestond uit gefingeerde brieven van Alexander, vermengd met een of meer hellenistische levensverhalen, en is daarbij zeer willekeurig te werk gegaan.
In het Westen vond de A. zijn weg door de latijnse
vertaling van een verloren versie van pseudo-callisthenes'
roman, die ca. 300 nC vervaardigd is door
Iulius Valerius (Res gestae Alexandri Macedonis),
die misschien ook de auteur is van het Itinerarium
Alexandri. Valerius' vertaling werd in de 9e eeuw
verkort tot een Epitome, die aan de oorsprong van
veel middeleeuwse Alexander-literatuur staat. Een
andere zeer invloedrijke latijnse bewerking van de A.
is die van de aartspriester Leo van Napels (10e
eeuw), waarvan ook weer verschillende versies in
omloop zijn geweest. In de A.s van het Midden- en
Verre Oosten, waarvan de syrische en de armeense
de meeste invloed hebben gehad, heet de held gewoonlijk
Iskandar, zonder Al-, dat voor het arabische
lidwoord werd gehouden.
Lit. Uitg. van de oudste versie van pseudo-Callisthenes: W.
Kroll, Historia Alexandri Magni, I. Recensio vetusta (Berlin
1926), van Iulius Valerius' latijnse vertaling: Kübler, Valeri
Alexandri Polemi res gestae Alexandri Macedonis (Leipzig
1888), van Leo's bewerking: F. Pfister, Der Alexanderroman
des Archipresbyters Leo (Heidelberg 1913). - A. Ausfeld, Der
griechische Alexanderroman (Leipzig 1907). E. Mederer, Die
Alexanderlegende bei den ältesten Alexanderhistorikern (Stuttgart
1936). B. Axelson, Zum Alexanderroman des Iulius Valerius
(Lund 1936). R. Merkelbach, Die Quellen des griechischen
Alexanderromans (München 1954). F. Pfister, Alexander
der Grosse in den Offenbarungen der Griechen, Juden,
Mohammedanen und Christen (Berlin 1956) - P. Meyer,
Alexandre le Grand dans la littérature française du Moyen-Age
1-2 (Paris 1886). E. C. Armstrong e.a., The Medieval
French 'Roman d'Alexandre' 1-6 (Princeton-Paris 1937vv). G.
Cary, The Medieval Alexander (Cambridge 1956). - J.
Storost, Studien zur Alexandersage in der älteren italienischen
Literatur (Halle 1935), - S. S. Hoogstra, Prozabewerkingen
van het leven van Alexander den Grooten in het Middelnederlandsch
(1898). P. Goukowsky, Essai sur les origines du
mythe d'Alexandre (336-270 avant J.-C.) 1-2 (Nancy 1978-1981).
[Nuchelmans]