Amesja-Spenta's (letterlijk: de zegenwerkende
onsterfelijken) is in de godsdienst van
Zarathustra de
naam van wezens, die te vergelijken zijn met de
aartsengelen naar de voorstelling van joden en christenen.
Zij worden zo genoemd door de overlevering,
die op de Gatha's is gevolgd. Zij zijn zes in getal,
maar dikwijls wordt de heer die zij dienen, Ahura
Mazda, vooropgesteld en dan ontstaat een zevental.
De A. zijn: Asja, de op waarheid en recht berustende
wereldorde, Vohu Mano, wiens naam betekent 'het
goede geestelijk-zijn', Spenta Armati, d.w.z. 'de zegenwerkende
armati', Ksjatra Varya ('de begerenswaardige
heerschappij'), Harvatat ('gezondheid') en
Amrtat ('onsterfelijkheid').
Plutarchus spreekt over
hen in De Iside et Osiride 47 als over zes goden. De
tegenstanders der A. zijn de daeva's, in de geestelijke
wereld van het kwade. Er is veel geschreven over de
afhankelijkheid, die de joods-christelijke voorstellingen
van die der A. zouden vertonen, zonder dat men
tot een eensgezinde conclusie is gekomen.