Hegemonie

De oude Grieken noemden ἡγεμονία de leiding in gemeenschappelijke, vooral militaire, aangelegenheden die bij het sluiten van een verdrag of verbond aan een van de betrokken partijen werd toevertrouwd; zulk een opdracht hield in meerdere of mindere mate een erkenning in van de voorrang van de staat die de h. bekleedde en leidde dikwijls tot een echte heerschappij van die staat over de andere verdragspartij(en) (attische zeebond). Wanneer een bepaalde bond, beheerst door de h. van een machtige staat, in de griekse wereld de suprematie bezat, kon men in overdrachtelijke zin van de hegemonie van die staat in Griekenland spreken; dit was bv. het geval met Sparta van 404 tot 371 en met Thebe van 371 tot 362 v.C.


Lit. H. Triepel, Die Hegemonie. Ein Buch von führenden Staaten (Stuttgart 1938) [Nuchelmans]


Register