Madduwattas, opstandige vazal uit het tijdvak van
het hethitische 'Nieuwe Rijk' in het westen van
Klein-Azië, bekend van de tegen hem gerichte aanklacht,
die traditioneel tot de jongste teksten wordt
gerekend. De laatste tijd is van verschillende zijden
geopperd dat deze tekst niet uit de laatste fase, maar
integendeel uit de beginperiode van het Nieuwe Rijk
zou stammen. De 'Aanklacht tegen M.', waarvan
slechts het eerste tablet bewaard is gebleven, vermeldt
dat M. - door Attarissiyas van Ahhiya verdreven
- zich als vluchteling tot de vader van de regerende
vorst wendde en toen door deze als vazal
in het grensgebied een woonplaats toegewezen kreeg.
Nadat hij opnieuw door Attarissiyas was aangevallen,
ontving M. hethitische steun. Desondanks begon
M. nadien een samenzwering, waarbij hij belangrijke
delen van het zuidwesten van Klein-Azië
aan het hethitische gezag onttrok. Tenslotte deed M.
in vereniging met anderen een overval op Cyprus
(Alasiya).
Lit. A. Götze, M. (Mitteilungen der vorderasiatisch-aegyptischen
Gesellschaft 32, 1, Leipzig 1928). H. Otten, Sprachliche
Stellung und Datierung des Madduwatta-Textes (Studien
zu den Bogazköy-Texten 11, Wiesbaden 1969).
[Houwink ten Cate]