Zakkur, koning van de arameese staat Hamath
uit ca. 800 vC. De vorst, wiens naam (een verkorting
Zakkur + godsnaam) tot voor kort Zakir werd gelezen,
is vooral bekend uit een inscriptie op een grote
stèle met reliëf, die gevonden is in het noordsyrische
Tell 'Afis, waaronder het oude Hazrak/Hatarikka
schuil gaat. De stèle werd daar blijkens de inscriptie
in de tempel van de god Iluwer opgericht. De tekst
beschrijft hoe de vorst, 'koning van Hamath en
Lu'asj', zich met succes verweerde tegen een aanval
die op zijn nieuwe residentie Hazrak ondernomen
was door een coalitie van zestien vorsten onder leiding
van Barhadad (Benhadad III) van Aram/Damascus,
de zoon van Hazaël. In zijn mscriptie brengt
hij (in een vorm die die van een danklied benadert)
dank aan de oppergod Baälsjamajin, de heer des
hemels, die hem door middel van 'zieners en boodschappers'
aldus had toegesproken: 'Vrees niet,
want ik heb u koning gemaakt en ik zal u bijstaan
en u redden uit de hand van al [deze koningen] die
tegen u het beleg hebben geslagen'. Het slot vermeldt
de bouw en versterking van Hazrak en het
opstellen van de stèle. De vermelde gebeurtenissen
speelden vermoedelijk kort na 800 vC en de genoemde
'redding' kan zeer wel de expeditie van
Adadniräri III van Assyrië naar Syrië in 796 vC zijn
geweest.
Lit. H. Donner/W. Röllig, Kanaanäische und aramäische Inschriften
(Wiesbaden 1962-1964) nr. 202. J. C. Gibson, Textbook of Syrian
Semitic Inscriptions 2 (Oxford 1975) nr. 5. - E. Lipinski (in W.
Beyerlin ed., Religionsgeschichtliches Textbuch zum Alten Testament,
Göttingen 1975, 247-250). J.C. Greenfield, The Zakir Inscription
and the Danklied (in Proceedings 5th World Congress of
Jewish Studies, Jerusalem 1969, 174-191). [Veenhof]