Met woord familia
bedoelden de Romeinen dat complex van
personen en van zaken die onderworpen zijn aan de macht van de vader.
Hier hoorden dus bij: het eigendom, de terreinen, verschillende voorwerpen,
slaven en ieder vrij individu dat afhing van de bevelen van een heer.
De oorspronkelijke Romeinse pater familias en de patres waren in feite
alleen de patriciërs; hij was
het hoofd van een hele groep mensen die in hem het gezag van stamvaders
of de macht van de heer erkenden; stamvaders voor de zonen en de zonen van de zonen,
alle nog verenigd in een patriarchiale verhouding onder een gemeenschappelijk dak
of minstens onder een gemeenschappelijke macht en heren voor de
massa slaven en voor de verschillende andere eigendommen.